Posts in "Boeken"

De 10 testprincipes volgens Osterwalder

Alex Osterwalder is auteur van de Business Model Generation (2010), het boek waarin hij samen met andere onderzoekers het Business Model Canvas ontwikkelde. In 2014 kwam Value Proposition Design uit als het vervolg en antwoord op de vraag “how to create products and services customers want”.
10 Testprincipes
Value Proposition Design is een pleidooi voor de combinatie van experimenteren en testen als methode om risico’s te beperken bij het ontwikkelen van nieuwe producten of diensten.

Ideeën zijn leuk. Ideeën zijn de drijfveer en basis voor startups en organisaties die innovatief bezig zijn. Maar nieuwe ideeën staan meestal gelijk aan onzekerheid. Bij het ontwikkelen van iets nieuw is het onvoorspelbaar of er een publiek is die jouw oplossing effectief nodig heeft én zal gebruiken. Enthousiasme over een idee is niet hetzelfde als een oplossing effectief gebruiken. Voordat je het weet ben je een jaar aan het bouwen aan een nieuw product en besef je anderhalf jaar later dat het enthousiasme bij een bevraging van je potentiële klanten niet overeenkomt met het gebruik ervan.

Het test- en experimenteerproces

Het risico om te investeren in verkeerde oplossingen kan beperkt worden door zo vroeg mogelijk in het ontwikkelproces eindgebruikers te betrekken. Tijdens dit experimenteerproces kan je van echte gebruikers leren wat wel en niet werkt of gebruikt wordt. Het doel is om risico’s op ‘foutieve’ ontwikkelkeuzes te beperken en zo te streven naar een waardevol product.

10 testprincipes

In het boek worden “10 Testing Principles” als leiddraad gegeven om het test- en experimenteerproces in het juiste perspectief te blijven zien.

1) Geef “Bewijs” voorrang op “Mening”

Je eigen mening of die van je baas of investeerder is ondergeschikt aan wat je als bewijs van een gebruikersonderzoek te weten komt.

2) Leer snel door risico’s te nemen

Voorzichtigheid is vaak ingegeven door schrik om te falen. Door voorzichtigheid worden te weinig uitgesproken keuzes gemaakt waardoor je minder snel leert. Testen heeft ook als doel om te leren wat NIET werkt. Let wel, in deze situatie moet je snel kunnen bijsturen.

3) Test vroeg, verfijn je ideeën later

Verzamel inzichten door vroeg te testen met een product waarin nog niet alle ideeën verwerkt zijn. Let wel, je product heeft voldoende totaalwaarde voor de eindgebruiker nodig om bruikbare feedback te verzamelen.

4) Een experiment is anders dan de realiteit

Besef dat je met een experiment door een lens naar de realiteit ‘probeert’ te kijken. De inzichten van experimenten zijn bruikbaar als indicatoren om een richting te kiezen. In een productie-omgeving is de context vaak anders.

5) Integreer inzichten met visie

Verlies de lange termijnvisie niet bij het integreren van oplossingen die gebaseerd zijn op bewijzen die je opdoet tijdens het testen.

6) Kill your darlings

Bepaalde ideeën zijn gebaseerd op aannames of veronderstellingen. Vaak is het zo dat bedenkers hun idee erg genegen zijn. Probeer voorafnames te identificeren zodat je deze kan testen met de realiteit. Durf het idee op te geven als uit testen blijkt dat het minder goed is als gedacht.

7) Denk “customer first”

Investeer niet in ideeën op zich maar in oplossingen voor reële behoeften. Het kennen van de leefwereld van de klant (noden, behoeften, use cases, …) gaat vooraf aan het uitwerken van oplossingen of ideeën.

8) Maak gebruik meetbaar 

In de zoektocht naar een waardevol product is het nodig om op voorhand te bepalen hoe je kunt meten om de juiste inzichten te verzamelen.

9) Accepteer dat niet alle feiten waar zijn

Wat een gebruiker zegt over je product kan anders zijn dan wat hij/zij ervaart of doet tijdens het gebruik ervan. Niet alle bewijzen zijn betrouwbaar.

10) Test onomkeerbare beslissingen dubbel zoveel

Beslissingen die een grote of onomkeerbare impact hebben op je product dienen dubbel zoveel getest te worden.

Met deze testprincipes als leiddraad is de volgende stap het kiezen van de beste testmethodieken om specifiek voor jouw product of dienst de inzichten te verzamelen die vertaalbaar zijn naar oplossingen die jouw product waardevoller kunnen maken. Wil je hier meer over weten of leren? Neem dan contact op.

Waarom digitaal lezen niet altijd leuk is

Het is eigen aan een tijd van veel technologische verandering dat de technologie een gespreksonderwerp is. Een bewijs daarvan zijn de duizenden artikelen en meningen over tablets en e-readers. Goed dat hierover geschreven wordt, maar uiteindelijk is die technologie ondergeschikt aan de leeservaring. Wat we denken, doen en voelen bij het gebruik van een toestel is bepalend voor echte verandering.

Oliver Reichenstein beschrijft in een artikel van 14 leesminuten hoe digitale leeservaringen verbeterd kunnen worden. Enkele van zijn bevindingen worden hieronder geciteerd.

Een boek openen en lezen
Een verschil tussen analoog en digitaal lezen is de complexiteit die we moeten overbruggen om een tekst te “bereiken”. Op een leestoestel moet een boek geopend worden volgens de logica van een apparaat. Op het internet moet naar tekst genavigeerd worden volgens een logica van de website-maker. Als we een digitale tekst bereiken, voeren we meer synchrone handelingen uit dan bij het vasthouden van een boek en het omdraaien van papier. We lezen onder andere daardoor nog altijd sneller op papier dan digitaal.

If you are reading online, you descend multiple levels to reach the text. How much more complexity do you need once you reach the ultimate text layer? Why is it that once we reach the text, we hardly stay there for more than a couple of minutes?

Content-architectuur
De vormgeving en organisatie van content bepaalt of we ons graag, comfortabel en geconcentreerd door een tekst bewegen. Een boek zonder lege pagina voor het echte begin is als een huis zonder inkomhal. De cover van een boek kan even bepalend zijn als het uitzicht van een gebouw om het verschil te maken of je er wel of niet binnen wilt stappen. De samenvatting op de achterflap speelt een rol bij het kopen en lezen. De inhoudstafel is een houvast voor en tijdens het lezen zoals dat ook zo is met de bewegwijzering in grote ruimten. Ooit had ik het voorrecht om een roman-manuscript te lezen die in pakketjes verspreid over de tijd in mijn mailbox kwam. Ik heb de documenten niet afgedrukt maar digitaal gelezen. Het was niet het digitale lezen wat me in de war bracht maar het ontbreken van architectuur om het boek als een totaalervaring te beleven.

In books the transitions between the different levels or frames are clearly separated with empty pages. They act like airlocks. You know when you enter a new level, and when you leave it.
Just like a digital text, a printed text is embedded in different invisible frames through which you need to cross to get to the body text. There are various ways to embed text in a book, magazine or pamphlet.

Lezen is focussen
Lezen is een vorm van luisteren. Om goed te luisteren zijn ruimte en omgeving even belangrijk als de manier waarop iets verteld wordt. De vorm is naast de inhoud van belang om te kunnen focussen.

To be able to design a better reading experience at the most basic level, we have to understand how to bring digital reading into a form of continuity. And to get there we need to find out what makes and breaks continuity.

Zoals Oliver Reichenstein beschrijft is het niet zo dat het kopiëren van analoge leesmodellen de perfecte digitale leeservaring oplevert. De extra navigatiemogelijkheden die online mogelijk zijn, hoeven niet genegeerd te worden om een gefocuste leeservaring te designen.

De basis moet goed zitten
Veel digitale content mist een goede toepassing van de basis-elementen: leestypografie, bladspiegel en focus op tekst. Het is niet nodig om een blad papier na te bootsen. Het is zelfs niet nodig om het draaien van een blad papier na te bootsen. Er is wel meer aandacht nodig voor de opmaak en presentatie van tekst. Comfortabel lezen vraagt voldoende  ruimte tussen de letters en de tekstregels. Blanco ruimte naast de tekst is belangrijk. Niet elk lettertype leest even gemakkelijk. Verwijzingen naar 101 dingen die niet relevant zijn om de tekst zelf te begrijpen leiden af. Te kleine letters zijn vermoeiend om te lezen. Een slecht kleurcontrast tussen tekst en achtergrond doet lezers afhaken, … En niet te vergeten: grammaticaal gebruik van hoofdletters is van belang. (Ja, er zijn designers die hoofdletters niet mooi vinden, maar alleen kleine letters of alleen grote letters zijn vermoeiend om te lezen. Echt waar.)
Het is geen oplossing om alle opties instelbaar te maken en het leesdesign over te laten aan eindgebruikers. Wat er mooi uitziet is niet altijd hetzelfde als wat ergonomisch interessant is.

Good typography does not look nice to please type nerds. Primarily, well set type reads well. It captivates, leads along, and doesn’t let you escape: it creates continuity.”
“In a well crafted book every single letter has its correct position in the whole of the text body to guarantee maximum readability and — through this — continuity of the reading experience

Readability to the rescue
Het is vreemd om te zien hoeveel er geïnvesteerd wordt in online content en hoe weinig deze inhoud op een volwaardige manier gepresenteerd wordt. Waarom teksten produceren om ze te publiceren op pagina’s waar de tekst met moeite vindbaar is? Waarom wordt een webpagina ingedeeld in 10 of meer publicatiezones? (Ja, bekijk maar sommige blogtemplates. En inderdaad, ook deze tekst kan beter gepresenteerd worden.)

Ik gebruik vaak Readability om een online tekst beter te kunnen lezen. Met de “Read Now” optie van de Readability-browser plugin wordt de tekst van een webpagina op een leesbare manier getoond.Het is een oplossing. Maar het is een extra stap die ik liever niet nodig zou hebben.

 

Het internet als echokamer

Zoeken moet snel gaan. Wat we niet vinden op de eerste pagina van een Google-zoekresultaat bestaat niet. We gaan er van uit dat Google weet we bedoelen. Daarom verwachten we het juiste antwoord bovenaan. Opnieuw zoeken in miljoenen antwoorden is niet aan de orde. In vele gevallen is het zo dat het voor-ons-juiste antwoord bovenaan staat. Dat komt omdat Google ons heeft leren kennen door de sporen die we achterlaten op het internet. Elke online handeling wordt geregistreerd en onthouden. Zo creëren we ons eigen universum van waarheden en blinde vlekken.

De filter bubble

Eli Pariser
waarschuwt in zijn boek The Filter Bubble voor de gevaren van ons “personal ecosystem of information”. We hebben het idee dat we alles zien, maar we bekijken het internet door een filter waarvan we zelf niet (meer) weten hoe die is samengesteld. Meer nog, we weten ook niet hoe we de filter kunnen afzetten. Pariser benadrukt het feit dat we daardoor een gebrek krijgen aan alternatieve meningen door bijvoorbeeld ooit een artikel over Obama te verkiezen boven een artikel over Romney.

A world constructed from the familiar is a world in which there’s nothing to learn
Eli Pariser in The Economist, 2011 

Het concept van de filter bubble is vergelijkbaar met de relevance paradox. De relevantie wordt berekend door feiten buiten beschouwing te laten. Terwijl dit ook feiten zijn die mee bepalen wat relevant is.

The friendly world syndrome en de echokamer
De bubbel die we zelf creëren geeft ons een geluksgevoel omdat het internet een spiegel wordt van onze eigen interesses en die van onze vrienden. Dean Eckles spreekt in deze context over The Friendly World Syndrome. Op Facebook kunnen we alleen maar dingen leuk vinden. Dat maakt de barrière voor een kritisch discours groter, en de drempel voor impulsieve stellingen kleiner. Het belang van een bericht wordt berekend op basis van de meeste “likes”.

Participants in online communities may find their own opinions constantly echoed back to them, which reinforces their individual belief systems.
How the echo chamber impacts online communities, Wikipedia 

Heb je je ooit afgevraagd waarom bepaalde updates van Facebook-vrienden wel of niet getoond worden? Dat beslist Facebook voor jou op basis van de sporen die jij en je vrienden achterlaten. Hoe dat juist werkt is onduidelijk. Door opties aanpasbaar te maken, krijg je een vals gevoel van controle. Het effect van die aanpassingen is een maand later misschien anders, dus geven we ons uiteindelijk over aan de machine die voor ons beslist.

If we never click on the articles about cooking, or gadgets, or the world outside our country’s borders, they simply fade away. We’re never bored. We’re never annoyed. Our media is a perfect reflection of our interests and desires
Eli Pariser in The Filtre Bubble, 2011

Een machine-mens
Bij alles wat je online doet laat je sporen achter: een link aanklikken, een zoekwoord gebruiken, de tijd tussen een zoekresultaat en de klik naar een website, de personen aan wie je gelinkt bent, de commentaren en vind-ik leuks, een tweet of statusupdate, een blogbericht, de foto’s en filmpjes die je online zet, de plaatsen waar je incheckt, boeken die je online koopt of leest, de taalinstellingen van je browser, de plaats vanwaar je surft, … Elk spoor afzonderlijk lijkt onschuldig. Alle sporen samen zeggen meer over jezelf dan wat je wilt prijsgeven op het internet. Om nog niet te spreken over hoe interessant deze conclusies zijn voor adverteerders. Het internet is een lerend platform waar een machine-mens met berekende kennis in dialoog gaat met echte mensen. Ik ben er zelf niet uit hoe blij we daarmee moeten zijn.

P.S. als je dit artikel interessant vond, dan ben je *zeker* ook geïnteresseerd in social graphs en interest graphs

Waar kan ik mijn boeken inruilen voor e-boeken?

© http://www.home-designing.com/

© home-designing.com

Ik lees veel. Ook boeken. Ik lees boeken die op papier gedrukt zijn, en ook digitale boeken op het scherm van mijn computer, smartphone, tablet en e-reader.

Soms koop ik boeken, vooral gedrukte boeken. Soms voelt het gevolg van de kopen aan als ballast. Ballast van wat je eens-gelezen nooit meer aanraakt. Boeken zijn mooi om te zien, maar voor mij is het niet zo dat ik alles wil blijven zien wat ik ooit gekocht of gelezen heb. Er is een kleine selectie van boeken die ik om een bepaalde reden wil houden. En toch heb ik een kamer die te vol staat met boeken. Dat komt omdat ik boeken ook bewaar vanuit dat ik er ooit nog iets in wil opzoeken. Niet om die boeken ten allen tijde te kunnen ‘zien’, maar wel om de inhoud ervan ten allen tijde bij te hebben.

Ik vind het gemakkelijker om boeken weg te doen als ik weet dat ik nog aan de inhoud ervan kan. In een goed georganiseerde digitale bibliotheek is zoeken gemakkelijker en heb je de inhoud op veel meer plaatsen bij de hand dan enkel in die ene kamer-vol-boeken.

Vandaar de vraag: kan ik mijn fysieke boeken ergens inruilen voor hun digitale variant? Of waarom kopen we niet een tekst waar we in gelijk welke vorm toegang toe kunnen krijgen omdat we 1 keer voor die tekst betaald hebben?

Ik werk al lang genoeg in de boeken-, bibliotheek- en IT-wereld om te beseffen dat dit in mijn leven nooit zal gebeuren. Er zijn nog altijd organisatorische, juridische, technische en andere obstakels waardoor we met veel balast blijven zitten. Goed dus dat boeken ook mooi zijn om naar te kijken.

 

 

 

ShelfLife, een voorbeeld van innovatie

Bibliotheken en Open Data, het ligt voor de hand dat dit samengaat toch?  Een voorbeeld dichtbij is de bibliotheekcatalogus van UGent waar download & api als een mogelijk gebruik vernoemd is op de website. Naast de standaardfunctionaliteit om te zoeken kan je de data dus ook los van de UGent interface benaderen en er zelf een toepassing op bouwen. De open data, of de voorwaarde om te innoveren, is er dus.  De innovatie zelf is meestal geen automatisch gevolg van het openstellen van datasets. ShelfLife, is daarom een interessant voorbeeld.  Het is een vernieuwende front end toepassing op de open dataset van LibraryCloud.

Shelflife is a community-based wayfinding tool for navigating the vast resources of the combined Harvard Library System. It enables researchers, teachers, scholars, and students to find what they need and help others learn from them and their paths.

ShelfLife is niet alleen interessant omdat het een relatief uniek voorbeeld is, het is ook interessant omdat één van de projectbezielers David Weinberger is die zijn ideeën uit Everything is Miscellanous verwerkt in een interface om boekencollecties te visualiseren.  In ShelfLife wordt geëxperimenteerd met het verband tussen ordening in fysieke en digitale omgevingen. Er wordt vertrokken vanuit de metafoor van een boekenrek.

Zoeken zonder nekpijn
ShelfLife is een digitale toepassing. Er zijn bijgevolg geen grenzen met betrekking tot ruimte of ordening. Daarom liggen de boeken in dit rek neer. Dat is de eenvoudigste manier om de rugtitel op een boek te lezen.  Boeken zo stapelen in een bibliotheek zou problematisch zijn omwille van plaats, de zwaartekracht en het uitlenen van het onderste boek uit de stapel. De beperkingen van een fysieke ruimte bezorgen ons keer op keer nekpijn na een lang bezoek aan een bibliotheek of boekhandel.

Old & new, of bekend en onbekend
Het vasthouden aan de old-fashioned presentatie van een boekenrek wordt door David Weinberger verdedigd vanuit het creëren van context. Een publicatie of werk ontleent zijn betekenis niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de relatie met andere werken. Deze relaties zijn in het digitale oneindig. Elk kenmerk van een object is een potentieel ordeningscriterium. Dat weten we al langer, maar de moeilijkheid is om deze oneindigheid aan mogelijkheden om te zetten in een intuïtief bruikbare interface. Het creëren van een herkenbare ervaring is de tweede reden om te vertrekken vanuit het boekenrek als “familiar metaphor”.

Ordening is meer dan volgorde
In ShelfLife worden heat maps gebruikt om de populariteit van een werk weer te geven. De diepte van het kleur blauw varieert naargelang de mate van populariteit. Deze variabele wordt berekend op basis van de vele metadata die beschikbaar zijn via LibraryCloud: aantal uitleningen van een werk, aantal bibliotheken met het werk in de collectie, aantal kopieën van het werk per bibliotheek, aantal user ratings of tags, aantal keer toegevoegd aan een leeslijstje, … De aantallen worden opgeteld als de ShelfRank*.  De ShelfRank is samen met andere kenmerken bepalend voor de StackView. Er worden dus ordenings- of betekenislagen toegevoegd aan de volgorde.

Stack View from Harvard Library Innovation Lab on Vimeo.

Context is king

Weinberger sees value in collecting as much information as possible about the usage of works, because that adds to the contextual richness

Met ShelfLife is het mogelijk om een persoonlijke context te creëren.  Door het transparant maken van de ShelfRank kan je bijvoorbeeld kiezen voor een rangschikking op basis van kenmerken van bibliotheekmedewerkers, lezers, Wikipedia, …
De interface nodigt je uit om zoekacties te bewaren zodat het zoekpad naar een titel helpt bij het creëren van nieuwe contexten. Uiteraard word je via ShelfLife ook uitgenodigd om zelf de titels te taggen. Deze tags vormen een bijkomende context voor jezelf of voor anderen.

Mijn bibliotheek
Je eigen tags worden in een andere kleur weergegeven. Deze kleine ingreep maakt dat je persoonlijke bibliotheek meer zichtbaar wordt in dit grote geheel. Het maken van lijstjes is met de Collection Manager ontwikkeld als een ervaring die het fysiek ordenen simuleert: boeken kunnen versleept of verplaatst worden binnen je persoonlijke collecties.
Zoekresultaten in ShelfLife kunnen gefilterd worden op de collectie van je eigen lokale bibliotheek (als die meewerkt aan het LibraryCloud project). Elke filtering kan gewidgetized worden. Dit betekent dat bibliotheken een ShelfLife-view op de lokale collectie kunnen embedden op de eigen website.  Of, wil je als eindgebruiker een persoonlijke cluster van bibliotheken waarvan je lid bent als standaard zoekomgeving? Dat kan ook.

The sky is the limit, but less is more
Het idee is dat elke ordening en context die je kunt bedenken mogelijk moet zijn met ShelfLife. Stel dat er in de fysieke bibliotheek een rek is waarop alle publicaties staan die gebruikt worden in lessen aan de universiteit. Het is een interessante maar onpraktische ordening in een bibliotheek omdat het boek dan op een andere plaats niet meer kan gevonden worden. Dit soort beperkingen zijn er niet in het digitale.  In het digitale kan alles. Maar! Hoe presenteer je dit allemaal? Less is more als het gaat over usability. Het moet intuïtief blijven, en onze intuïtie is (groten?)deels gebaseerd op hoe we handelen in een fysieke omgeving.

Information Architecture is king
Hier wou ik dus toe komen 😉 De databerg is realiteit geworden. We pleiten voor open data. Er zijn protocollen, standaarden en concepten: linked data, het semantic web, … Maar er is een missing link: de link tussen data en personen.  Hoe kunnen we komen tot zinvolle en bruikbare interfaces die verder gaan dan het tonen dat iets werkt? De killer application is er nog niet. Ook niet met ShelfLife. Het is wel een interessant voorbeeld omwille van het experiment en de ideeën over ordening.

Van data- naar mensenstromen
De ideeën van ShelfLife kunnen naar elke sector getransponeerd worden. Stel dat alle data van onze openbare vervoersmaatschappijen open zouden zijn. Alle! Ook data die in ticket- en abonnementsystemen zit en mogelijk door de organisaties zelf nog niet volledig ontgonnen is. Met deze data zouden we toepassingen kunnen bedenken die ons suggereren welke trein we moeten nemen als we een uur zonder medepassagiers willen reizen. Die minder druk bezette treinen zouden wel eens drukker bezet kunnen worden. Of, hoe het visualiseren van datastromen ook mensenstromen kan beïnvloeden. Is dat niet boeiend?

* voor insiders: ShelfRank = (RoseRank -uitleendata <-toen nog niet beschikbaar)

LibraryCloud, een voorwaarde tot innovatie

LibraryCloud is een open metadata server die opgezet is door de Harvard Library Innovation Laboratory. Op de server worden metadata van bibliotheken en andere organisaties geaggregeerd en vrij beschikbaar gesteld als Linked Open Data en via API‘s. Het doel van LibraryCloud is om innovatief gebruik van collectie-data te stimuleren.

The aim is to enable completely unexpected disruptive innovation

Interessant omwille van de inhoud
LibraryCloud stelt meer dan 12 miljoen bibliografische records vrij beschikbaar, maar is vooral bijzonder omwille van het feit dat er naast de metadata over vorm en inhoud van de publicaties ook data over het gebruik van de bibliotheekcollecties beschikbaar is: o.a. uitleengegevens van de voorbije 10 jaar aan Harvard! De metadata-verzameling geeft info over het gebruik van titels in de lessen en reservaties door studenten.  Daarnaast zijn ook verwijzingen toegevoegd naar digitale versies en Wikipedia-boekenpagina’s. Als je nu zou denken dat dit enkel interessant is binnen een academische setting kan ik je geruststellen.  LibraryCloud bevat ook enkele miljoenen bibliografische records en bijhorende uitleendata van openbare bibliotheken: de San Francisco Public Library, de San Jose Public Libary en de Darien CT Public Library.
Wat nog ontbreekt is wat de lezers zelf over de collectie vertellen.  Daar is ook aan gedacht: er wordt een verrijking aangekondigd met gegevens uit het sociale boekennetwerk LibraryThing.

Interessant omwille van de open architectuur
LibraryCloud is opgezet als LAMP stack.  De gegevens zijn Linked Open Data compliant en er is een API.  De documentatie voor gebruik maakt de openheid compleet.

Interessant omwille van het vrij gebruik met respect voor privacy
LibraryCloud heeft de policy om data alleen te accepteren als die zonder licentie publiek bruikbaar zijn. Data met user-ID’s worden niet aanvaard uit respect voor de privacy. Aan bibliotheken die uitleengegevens doorsturen wordt gevraagd om de leners-ID’s en -namen te verwijderen. Het tijdstip van uitlening, en andere kenmerken die nuttig zijn voor het herkennen van patronen, zijn wel onderdeel van de dataset.

Interessant omwille van het vervolg
Veel data in de bibliotheeksector zitten -soms zelfs voor eigen gebruik- opgesloten in systemen die onderhouden worden door softwareleveranciers die hun eigen tempo, voorwaarden en ideeën als norm voor vooruitgang hanteren. Als data los van een systeem open beschikbaar gesteld worden kan iedereen mee de innovatie mee bepalen. Een blik van buitenaf kan verrassende inzichten en ideeën opleveren. Meer nog, het verrijken van geïsoleerde data met andere datasets kan nieuwe informatie en inzichten opleveren.

Open data voorzien, is geen innovatie op zich maar een voorwaarde tot innovatie. De gevolgen van LibraryCloud zijn daarom misschien wel het meest interessante deel van het verhaal.
En, er zijn al enkele toepassingen en experimenten met de LibraryCloud data.  Meer daarover in deze post!

The power of digital disorder

Binnenkort komt het nieuwe boek+blog Too Big To know van David Weinberger uit. Hoog tijd dus om samen te vatten waarom zijn vorige boek+blog Everything Is Miscellaneous een aanrader is voor iedereen die met organiseren van gegevens te maken heeft. Iedereen dus.
David Weinberger beschrijft hoe we doorheen de tijd gegevens of objecten op andere manieren zijn beginnen organiseren.  De veelheid aan content en objecten + de digitalisering en het internet hebben een belangrijke rol in deze evolutie.

De verschillende manieren waarop we dingen organiseren worden in het boek opgedeeld als:

  1. The first order of order – 1 ding op 1 plaats
    Dit is hoe we ons organiseren in de fysieke wereld, hoe we bijvoorbeeld onze kledij ordenen in de kast, het bestek in een lade, boeken in een boekenkast, …
    De first order of order is de fysieke ordening bij ons thuis, in een bibliotheek, in een winkel, …
  2. The second order of order – 1 ding op enkele plaatsen
    Dit is hoe we in de fysieke wereld de first order of order proberen te overstijgen door systemen te ontwikkelen die objecten op verschillende manieren terugvindbaar maken. Bij deze systemen wordt de ordening gescheiden van de fysieke objecten. Het meeste typische voorbeeld van de second order of order is de steekkaartencatalogus, of een fichebak.
    Bibliotheken maken hun collectie toegankelijk via papieren of digitale steekkaarten door verschillende ‘zoektoegangen’ te voorzien in de vorm van metadata: een titel, auteur, onderwerpen, …  Dit zijn afgesproken indelingen die zo consequent mogelijk toegepast worden.
  3. The third order of order – 1 ding op oneindig veel plaatsen
    Dit is hoe we digitale objecten kunnen organiseren.  Een digitale foto kan via oneindig veel tags of trefwoorden terugvindbaar gemaakt worden.  Een tekst of boek kan op elk woord doorzoekbaar gemaakt worden, … Er is geen vooraf bepaalde indeling afgesproken, de mogelijkheden van het digitale worden maximaal benut.

Ondanks de vele mogelijkheden van het digitale is onze geest nog grotendeels afgesteld op hoe we de fysieke wereld ordenen.  We maken mapjes op onze computer waarin we 1 foto, 1 tekst, … op een vaste plaats willen opbergen.  Maar onze digitale omgeving is niet langer de schijf van de eigen computer alleen.  Ons informatie universum is oneindig groot geworden.  Naast onze eigen computer is er de ondoorzichtige oneindig grote wanordelijke informatiewolk: het internet. In deze wanorde schuilt, zo zegt de auteur, net de grote kracht.

Ondanks al onze inspanningen om te ordenen blijft er altijd en overal een restrubriek. Dat zijn de moeilijk op te ruimen spullen, de documenten die overal en nergens thuishoren, een lade met keukengerei allerhande, een varia-rubriek in de bibliotheek, …  De ‘Miscellaneous’ in het verhaal van Weinberger staat voor alles wat zich moeilijk laat indelen. Zijn stelling is dat alles in de digitale wereld van het internet miscellaneous geworden is. Meer nog, door het maken van vooraf bepaalde indeel-keuzes sluiten we mogelijk relevante informatie uit.

De kracht van de wanorde schuilt in de mogelijkheden van onder andere het sociale web waar iedereen met eigen gekozen terminologie op vele verschillende manieren dezelfde of gelijkaardige objecten kan benoemen op sites als Flickr, YouTube, …. Deze digitale wanorde overstijgt de beperkt dimensionale voorindelingen en creëert de mogelijkheid om een eigen persoonlijke indelingen of filtering achteraf te maken.  Het feit dat daarbij verschillende terminologie gebruikt wordt voor gelijksoortige objecten is volgens Weinberger geen probleem, maar een verrijking van het internet.  Zijn nieuwe boek Too Big To know zal ingaan op de gevolgen van dit alles op de manier waarop we vandaag omgaan met kennis en informatie.

Everything Is Miscellaneous is geschreven in 2007, maar het onderwerp is nog altijd actueel. Het boek geeft een kader aan hoe we denken over ordening, en hoe we daar kunnen op inspelen om online en offline diensten te designen.  In het boek worden problemen geschetst waar we allemaal elke dag mee worstelen op onze eigen computer, op websites, in de winkel, in onze kast, …

To sort or not to sort

Net zoals de architect van een gebouw een evenwicht probeert te vinden tussen inhoud, vorm en functie, zo worstelt elke informatie architect, bibliothecaris of informatiewerker met het vraagstuk over de beste manier om informatie of een collectie in te delen.  Elke ordening zorgt voor nieuwe chaos, elke classificatie zorgt voor niet te klasseren uitzonderingen, indelen zorgt voor vindbaarheid en onvindbaarheid.

Zeker in publieke gebouwen van organisaties met brede doelstellingen en een divers publiek (lees openbare bibliotheken) is het moeilijk of onmogelijk om een systeem te ontwerpen dat iedereen goed bedient.  Meer nog, niet elk fysiek boek laat zich in de fysieke wereld gemakkelijk op 1 plaats indelen. Stel dat auteurs bij het schrijven rekening zouden houden met de plaats van een boek in de winkel of in de bibliotheek. Dat zou wel eens een interessante wanorde kunnen worden!