Posts in "Inzichten"

Storydesign, een masterclass bij Robert McKee

Robert McKee, het brein achter een aantal succesvolle Netflix- en televisieseries waaronder Breaking Bad is de vormer van vele schrijvers, scenaristen en journalisten. Zijn lessen storydesign zijn verpakt in filosofische vragen over waarheid, gevoelens en authenticiteit. Begin november reisde ik naar Londen om te ontdekken dat een dag bij deze meester een ervaring is die ik iedereen kan aanraden.

Het werk van Robert McKee is geworteld in de fictie, een wereld waar verhalen gebracht worden op ‘page, stage or screen’ om de lezer of het publiek te ontspannen. Toen McKee merkte dat zijn lessen de voorbije jaren ook gevolgd werden vanuit de bedrijfswereld onderscheidde hij 2 soorten verhalen:

  • Stories die bedoeld zijn om te ontspannen
  • Purpose told stories die bedoeld zijn om mensen aan te zetten tot een vooropgestelde actie
A story is a chain of events where you want to hook, hold and reward the attention of your public. In the case of stories with a purpose you want to persuade them to act or move after the story.

Purpose told stories worden gebracht door politici, journalisten, keynotesprekers, advocaten, leiders, projectmanagers, marketeers en anderen die hun publiek willen aanzetten tot een specifieke actie. Deze sprekers brengen hun boodschap vaak met een powerpointpresentatie waarin feiten opgesomd worden volgens een inductive en deductive logica om een stelling te bewijzen. Wanneer dezelfde boodschap verpakt wordt in een verhaal door het aaneenschakelen van gebeurtenissen waarin negatieve en positieve gevoelens elkaar afwisselen volgens een causale logica is het effect volgens McKee veel groter waardoor de kans op de gewenste actie toeneemt.

There is no power in a powerpoint presentation. Stories do have power.
Business is not science, so don’t try to prove a point in your presentation like it is science.

Negophobia, the fear of all things negative
McKee waarschuwt voor de fout van marketeers die van nature geneigd zijn om een louter positieve wereld te scheppen terwijl we weten dat perfectie net wantrouwen oproept. Hij haalt negophobia, of ‘the fear of all things negative’, aan als een probleem van onze tijdsgeest waarin we de realiteit anders en beter voorstellen dan ze is zodat we ons ook beter gaan voelen. Het eufemisme, of de stijlfiguur waarmee de realiteit verbloemd wordt zou de grootste vijand van elke schrijver of storyteller moeten zijn. Positieve gevoelens zijn veel moeilijker op te roepen zonder ze in contrast te stellen met het negatieve.

Change graps attention
Het storydesign-model van McKee gaat uit van de ‘dynamics of emotion’ waarbij een verhaal effect kan hebben door een goede aaneenschakeling van negatieve en positieve emoties. De afwisseling tussen de basisemoties ‘pleasure and pain’ zorgen ervoor dat een lezer of het publiek aandachtig blijft omdat verandering de trigger voor aandacht is. Als we schrikken omdat iemand roept komt dat door de stilte ervoor. Als iemand die roept begint te fluisteren dan wordt onze aandacht niet door het fluisteren op zich maar door de verandering van spreken gegrepen.

Suspense is emotional curiosity.
Without surprise there is no insight.

Buzzwords doen ons vervreemden van de realiteit
Niet enkel het eufemisme en de negophopia moeten eraan geloven bij McKee, ook elke vorm van managerstaal, buzzwords en woordenschat die ons doen vervreemden van de realiteit horen niet thuis in een verhaal. Managers die spreken over de customer journey, een persona, issues en touchpoints pretenderen de échte wereld van échte mensen te kennen terwijl het instrumenten zijn om het gebrek aan ervaring in de realiteit te verdoezelen. Vaak wordt deze woordenschat gehanteerd door mensen die niet in de realiteit (willen) staan.

Big data en big bubbles
Andere slachtoffers in het verhaal van McKee zijn de big data. Hij erkent de mogelijke waarde van data maar waarschuwt voor de eenzijdigheid waarmee conclusies op basis van data leiden tot beslissingen die de realiteit, die veel gelaagder is, negeren. Onder het mom van véél data worden feiten verpakt als waarheden terwijl ze nooit alle dimensies van de realiteit in kaart kunnen brengen.

Data are dangerous because we treat it like a natural source like water but it is not natural. There is always interpretation with data, it’s never a fact.

Ook al zijn inzichten op basis van vele data ‘complicated’ toch kunnen ze nooit de ‘complexity’ van een realiteit, die veel meer lagen heeft, nooit meten of weergeven. De ‘data-gelovigen’ zoals McKee ze noemt zijn schuldig aan solutionisme omdat er gepretendeerd wordt dat er voor elk gecompliceerd probleem een eenvoudige oplossing bestaat. In de realiteit blijkt deze oplossing zelden of nooit te werken omdat de realiteit veel complexer is en meer lagen heeft dan wat met één product of één methode  opgelost kan worden.

Numbers kill thinking,
Numbers kill creativity,
Numbers are destroying thoughts.

Creativity is the hidden connection between two things that exist with one new thing by moving out across levels. Data can not move across levels.

Life is remembered as a story not as data.

Interest levels has changed, not our attention span
De laatste stelling die met de grond gelijk gemaakt werd, is deze over het feit dat mensen vandaag niet meer in staat zijn om hun aandacht vast te houden. Als bewijs daarvoor verwijst hij naar het fenomeen van bingewatching waar we langer dan ooit ondergedoken blijven in een verhaal. De voorbije jaren is er volgens hem wel een verschuiving in onze ‘levels of interest’. Een goed verhaal kan er in slagen om net wel de aandacht lang vast te houden. Ons gevoel van tijd is volgens McKee dan ook de beste graadmeter voor de waarde van een verhaal: ‘hoe meer je het besef van tijd kwijtraakt bij het lezen van een roman of het bekijken van een serie, hoe langer het verhaal de aandacht kan vasthouden’.

Ik hoop dat je aan het eind van deze tekst bent geraakt 😉 En, ga vooral zelf eens luisteren naar Robert McKee om het gevoel te ervaren dat een 8 uur durende cursus na 5 minuten voorbij is!**

** Computers, smartphones en tablets moeten er ook aan geloven in de lessen van McKee. De manier waarop je te horen krijgt dat je die toestellen beter uitzet is een verhaal op zich. Wie benieuwd is moet me er maar eens naar vragen.

Tips om een goede offerte te maken

Als je een technische product of dienst verkocht wil krijgen is het kunst om je aanbod op een verstaanbare manier uit te leggen. Een offerte lezen zou leuk moeten zijn, maar het is vaak anders.

Het kiezen van een softwareleverancier, webbouwer of appdeveloper die past bij jouw noden is een vak op zich geworden. Ik begeleid vaak organisaties bij het conceptualiseren van ideeën en het beschrijven van de gewenste oplossing. Deze voorstudie resulteert in een functionele analyse en een bestek of offertevraag voor een nieuw te ontwikkelen product en dat is de eerste stap naar een goede offerte of prijsvraag.

Een duidelijke offertevraag
Een voorstudie is belangrijk omdat een realistisch prijsvoorstel afhangt van hoe goed je als klant kan uitleggen wat je nodig hebt. Het zorgt dat potentiële ontwikkelaars beter weten wat van hen verwacht wordt zodat je een realistische inschatting van de oplossing en de prijs krijgt waardoor je de verschillende voorstellen correct kunt vergelijken.

Is het bestek of de offertevraag onduidelijk dan riskeer je in de situatie te komen dat ontwikkelaars jouw idee gaan vormgeven op een manier dat het voor hen goed uitkomt. Bevat het bestek te veel details dan mis je mogelijk het innovatiepotentieel en de creatieve inbreng van de ontwikkelaars. Het ‘waarom’ van een productvraag is daarom minstens even belangrijk als het ‘wat’.

Kiezen op basis van offertes

Na het uitsturen van een offertevraag komt een volgende fase die evident lijkt: de offertes komen binnen, je leest ze en kiest op basis van een aantal criteria (aanpak, prijs, planning, technologie, referenties) het beste voorstel. In de praktijk blijkt dat echter niet altijd evident. Eén van de oorzaken is het feit dat er vaak standaardoffertes uitgestuurd worden. Standaardteksten, hoe goed ze ook mogen zijn, geven een slechte indruk. Het komt over alsof je geen tijd wil nemen, je niet geïnteresseerd bent in de klant of dat je met zo weinig mogelijk inspanning zoveel mogelijk wil verkopen. Standaardoffertes herken je meteen, ze tonen weinig respect voor de potentiële klant. Het tonen dat je een offertevraag, een klant of een sector begrijpt is de basis van een goed prijsvoorstel. Een softwarebouwer is geen bakker die dezelfde broodjes aan veel verschillende soorten klanten kan verkopen.

Hoe maak je een offerte die graag gelezen wordt?
Omdat ik veel offertes lees, heb ik een aantal tips waarvan ik hoop dat ze gevolgd worden. Het zal mijn werk (en zeker ook dat van anderen) nog aangenamer maken.

inhoudelijk

  • toon aan dat je de vraag goed gelezen en begrepen hebt
  • start met het belangrijkste deel van de oplossing
  • gebruik zo weinig mogelijk vakterminologie
  • zorg voor tekst op maat
  • zeg waarom je graag zou samenwerken

vormelijk

  • zorg voor genummerde pagina’s (ja, lange offertes worden soms afgedrukt)
  • zorg voor een leesvriendelijke opmaak
  • zet algemene informatie in bijlage (niets zo vervelend als de essentie te moeten zoeken)

Wat de lezer in één oogopslag terug wil vinden

  • De totaalprijs
  • De prijs per fase of onderdeel
  • Het onderscheid tussen éénmalige en terugkerende kosten
  • De dagprijs voor verschillende expertises (indien relevant)
  • Inschatting van de doorlooptijd
  • Een planningsvoorstel (incl. migratie indien van toepassing)
  • Verwachte input van de klant
  • Garanties, eigendomsrechten en informatie over service level agreements (indien van toepassing)
  • Referenties

Een offerte maken kost tijd

Zelf maak ik vaak offertes en ik doe dat graag. Het geeft me de kans om een aanpak te motiveren waar ik achter sta, om me in te graven in de vraag of het probleem en om de best mogelijk aanpak te beschrijven. Dat wil zeggen dat je al een deel van het werk doet vooraleer je weet of je hiervoor betaald zult worden. Al van bij de offerte start het proces om iets wat complex is te vereenvoudigen, en dat kost tijd.

Inlevingsvermogen

Usability is niet enkel een zaak van websites. Als je kiest voor klantvriendelijkheid is dat een manier van leven en werken. In elk document, elke e-mail, elk stukje tekst en elk gesprek krijg je de kans om te tonen dat je begrijpt hoe de ontvanger redeneert. Ik geef toe, dat is niet altijd gemakkelijk.

Data als doel of middel?

Tijdens de vele jaren waarin ik als informatie architect bezig ben met het vormgeven van digitale diensten blijft eenzelfde spanningsveld terugkeren. Een spanning die het gevolg is van verschillende uitgangspunten: data en technologie als doel of als middel, verder bouwen op wat er is of opnieuw beginnen. Het komt vaak voor dat er tijdens een veranderingstraject discussie ontstaat over fundamenteel verschillende uitgangspunten.

Een situatieschets van 3 verschillende uitgangspunten:

  1. We zullen alle data die we doorheen de tijd gecreëerd hebben samenbrengen.
    Deze data zullen we verrijken met gegevens die vrij of tegen betaling beschikbaar zijn.
    Deze verrijkte dataverzameling is het uitgangspunt voor het bedenken van nieuwe vormen van dienstverlening.
  2. We bedenken een nieuwe vorm van dienstverlening en onderzoeken vervolgens welke data daarvoor nodig zijn.
    Deze data zullen we zelf creëren of afnemen van partijen die deze vrij of tegen betaling ter beschikking stellen.
  3. We onderzoeken de noden van ons publiek en gaan op basis daarvan (ver)nieuw(d)e diensten ontwikkelen.
    De data die daarvoor nodig zijn gaan we verzamelen of  zelf creëren.

Ook al lijkt het derde uitgangspunt het beste is het niet zo dat de twee andere fout zijn. Om te innoveren is het nodig om te experimenteren en daarvoor zijn de eerste twee opties soms meer voor de hand liggend. Het onderzoek dat genoemd wordt in optie 3 kan ook gebeuren door de combinatie van 1 en 2.

Het probleem ligt niet bij het kiezen van de juiste optie, maar wil in het feit dat er bij aanvang van een veranderingstraject vaak niet gekozen wordt omdat er een kader ontbreekt om beslissingen te nemen.

Open en linked data

De emancipatiestrijd van data en de semantische onderbouw van het web zorgden ervoor dat veel organisaties (terecht!) bezig zijn met het openstellen, hergebruiken en linken van datasets. Waarom zouden we het warm water opnieuw uitvinden, waarom data creëren en beheren waar iemand anders al mee bezig is, waarom lokaal denken als het web globaal is, waarom semantische relaties tussen data en objecten niet visualiseren? Het zijn maar enkele van de redenen om in te zetten op open en linked data.

Hackathons zijn de speelplaatsen voor data-nerds. Het is fantastisch dat er alsmaar meer speelplaatsen zijn! Tijdens de hackathons mag er gespeeld worden met (tijdelijk) vrij beschikbare data. Het is de eerste optie en het is duidelijk dat er uit dat spelen geleerd kan worden. Zowel de ontwikkelaars als de eigenaars van data steken veel op als er nieuwe producten mee gemaakt worden. Het uitpakken met technische data-hoogstandjes is de drijfveer voor de eerste twee uitgangspunten: nieuwe diensten op basis van beschikbare data. Ze resulteren vaak in virtuoze interfaces met een hoog wow-effect. Deze zijn nodig om al zoekend te innoveren. Een prototype dat losgelaten wordt op een publiek kan aantonen wat de goede en minder goede ideeën zijn.

Kiezen voor zekerheid of experiment

De eerste twee uitgangspunten impliceren dat er gekozen wordt voor experiment: hoe en welke data kunnen verrijkt worden, welke nieuwe vormen van dienstverlening zijn mogelijk? Experiment is nodig om te vernieuwen. Maar er stelt zich een probleem als de eerste twee uitgangspunten toegepast worden in een situatie waar ze niet als experiment bedoeld zijn.

Als je voor zekerheid wil kiezen dan is het nodig om te bepalen voor welk publiek je bezig bent en waar dat publiek behoefte aan heeft. Met deze kennis kan vervolgens beslist worden welke data nodig zijn om producten of diensten te ontwikkelen of verbeteren. Dat onderzoek kan in de vorm van experimenten opgezet worden. Het is jammer genoeg vaak zo dat de behoeften niet onderzocht worden en dat een ‘experiment’ opgezet wordt als hét nieuwe product voor de komende jaren. De gevolgen daarvan: hoge investeringen voor diensten waar niemand écht behoefte aan heeft of weinig gebruiksvriendelijk uitgewerkte interfaces.

Kiezen voor lange of korte termijn

De keuze om meteen voor écht te ontwikkelen heeft dikwijls te maken met een kortetermijnstrategie waarbij geredeneerd wordt dat iets nieuw bouwen op basis van wat er al is minder kost dan iets te onderzoeken met als kans dat er vanaf nul opnieuw gestart moet worden. Met kortetermijnstrategie is er op zich niets fout als er een langetermijnstrategie tegenover staat waarin de experimenten passen.

Een strategie bepalen

Alvorens in te zetten op een veranderingstraject is het van belang om een overkoepelende strategie te bepalen waarin experiment, productontwikkeling, korte en lange termijndoelen een plaats naast elkaar krijgen. Dat hoeft geen document van 100 pagina’s te zijn. Het vastleggen de design-principes of uitgangspunten voor het ontwikkelen van producten die voor jouw organisatie van belang zijn, kan volstaan als referentiekader om beslissingen te nemen.

Een website is geen project

We zijn er allemaal van overtuigd dat een goede en gebruiksvriendelijke website belangrijk is en toch kan je gemakkelijk voorbeelden vinden van websites die niet voldoen aan het verwachtingspatroon van eindgebruikers. Tijdens de vele jaren waarin ik betrokken ben bij het opzetten van digitale en online dienstverlening zie ik een aantal terugkerende oorzaken voor het feit dat het nog vaak de verkeerde richting uitgaat met de website. De meest voorkomende valkuilen zijn:

  • Niet écht weten waarvoor je klanten de website (willen) gebruiken
  • Niet weten hoe je klanten de (huidige) website gebruiken en wat ze ervan vinden
  • Beslissingen voor de bedrijfswebsite nemen op basis van persoonlijke gevoels- en smaakvoorkeuren
  • De totaaloplossing laten bepalen door de totaliteit van ideeën en wensen van mensen die niet behoren tot de doelgroep van de website (bv. interne medewerkers)
  • Het inspelen op trends of technologische vernieuwing als doel stellen van de website
  • Starten met ontwikkelwerk zonder dat er een online strategie is
  • De website niet zien als onderdeel van een totale online en offline dienstverlening
  • Starten met designwerk (stijl en kleuren) zonder dat de functionaliteiten gespecificeerd zijn en zonder dat er een informatie architectuur uitgewerkt is
  • De structuur van de website overeen laten komen met de interne/administratieve structuur van de organisatie in plaats van met echte gebruikersscenario’s of taken die eindgebruikers willen afwerken op de site (bv. het achterhalen van de openingsuren)
  • Verkeerde technologische keuzes waardoor vaak te laat blijkt dat het ontwikkelteam niet kan maken wat er écht nodig is
  • De ambitie om alle functionaliteiten van een nieuwe website op dag één live te zetten
  • Een te lange implementatietijd achter de schermen
  • Interne discussies die tijdens het ontwikkelwerk nog ‘uitgevochten’ moeten worden
  • Alle beslissingen voor de website laten nemen door technische medewerkers
  • Het onvermogen om webbouwers, ontwikkelaars, designers en andere betrokkenen goed uit te leggen wat er nodig is voor jouw klanten
  • Het opdringen van keuzes door developers of bedrijven omdat bepaalde zaken beter aansluiten op hun technologie, kennis of voorkeuren
  • Verkeerde inschattingen over budget, personeelstijd, benodigde expertises, ….
  • Het inzetten van de verkeerde competenties of een gebrek aan specifieke expertises
  • Verkeerde keuze van technologie waardoor te laat blijkt dat er niet kan ontwikkeld worden wat écht nodig is
  • Meer aandacht voor het uitzicht dan voor de functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid
  • Geen incrementele verbeteringen doorvoeren op basis van eindgebruikersfeedback of -testen
  • Tekst op de website niet aanpassen aan hoe bezoekers zich al ‘scannend’ in plaats van ‘alles lezend’ bewegen op een website
  • Het ontbreken van een intern beleid en werkkader (digital governance) rond digitale diensten en online aanwezigheid
  • De datum waarop de website live gaat als einddatum van het ‘website-project’ zien

Eén van de meest voorkomende valkuilen is misschien wel het feit dat het opzetten van een website als een tijdelijk project gezien wordt. Het gevolg daarvan is dat medewerkers voor een bepaalde periode ‘vrijgemaakt’ worden om bezig te zijn met de website waardoor er geen tijd ingepland wordt om het werk inhoudelijk en functioneel up-to-date te houden vanaf de échte start: als er bezoekers op de website komen. Die live-bezoekers zijn de eerste echte testers van je website. Wat zij ervaren en doen is waardevolle informatie om de website beter te maken.

Hulp of advies nodig bij het verbeteren of vernieuwen van een website? Kijk wat iStoires Services voor jou kan betekenen.

Haat-liefdeverhouding met e-mail

E-mail is een fantastische uitvinding! Ooit was de grootste bevrijding dat je, anders dan bij de telefoon, zelf kon kiezen wanneer je iemands bericht zou lezen én wanneer je een antwoord zou sturen. Die tijd is voorbij.

Sinds het internet letterlijk in onze achterzak zit, worden we geacht altijd en overal te kunnen reageren op een e-mail. Meer dan 4 uur wachten is voor sommigen voldoende reden om je telefonisch tot de orde te roepen: “heb je mijn e-mail gelezen?
Waarmee het grootste voordeel -kiezen wanneer je wil antwoorden- eigenlijk verdwenen is. Oja, er is ook nog het voordeel dat e-mailen min-of-meer gratis is, maar dat zorgt dan weer voor tonnen ongewenste berichten en spam.

Maar de belangrijkste reden voor mijn haatverhouding met e-mail is de onbeperkte lengte van een bericht. Schijnbaar onschuldig dringen berichten van een half boek-hoofdstuk je mailbox binnen. Voor je weet of het je leestijd waard is, is je tijd eraan opgegaan. En voor je het weet kom je in de verleiding om het antwoord in een minstens even uitvoerige stijl te formuleren. Als het kan misschien nog net iets langer zodat je betrokkenheid duidelijk blijkt. En voor je het weet is de dag om en heb je niets anders gedaan dan e-mails lezen en beantwoorden. Hoe druk je dan ook bezig lijkt te zijn, het geeft geen voldoening want je komt er zelden mee tot échte resultaten.

Mijn persoonlijke e-mail regels zijn:

  • Notificaties afzetten
  • E-mail lezen én beantwoorden inplannen
  • Zelf geen lange berichten of lange antwoorden sturen
  • Een bericht afsluiten met een vraag of aangeven dat het enkel ter informatie is
  • Zuinig omgaan met “cc”

 

Een stad vol creatieve ondernemers op Creativeville

Op 14 november was de Eskimofabriek in Gent het decor voor Creativeville, een evenement georganiseerd door Flanders DC. Het is geen toeval dat deze dag in Gent georganiseerd werd. Bij de opening vertelde schepen van ondernemen Matthias Declercq dat de creatieve economie in Gent goed is voor ruim 500 bedrijven,  die meer dan 6.000 mensen te werk stellen. Daarnaast oefenen nog eens 3.600 zelfstandigen een creatief beroep uit, bijna 18% van alle Gentse zelfstandigen.

Creativeville was een namiddag vol inspirerende lezingen en workshops. Het publiek van meer dan 500 deelnemers zag er gemiddeld erg jong uit. De sprekers brachten één voor één inspirerende en motiverende verhalen die de goesting om te kiezen voor zelfstandig ondernemen bijna alleen maar konden aanwakkeren. De ondernemers op het sprekerspodium waren:

  • Dirk Wynants (Extremis)
  • Leen Gysen (IPARC)
  • Jimmy Dewit (a.k.a. DJ Bobby Ewing en Discobar Galaxie)
  • Murielle Scherre (La Fille d’O)
  • Tony Le Duc (Minestrone uitgeverij)
  • Valentijn Destoop (Little Miss Robot)
  • Nico Vandevelde (productiehuis Hotel Hungaria)
  • Bruno Van Gils (Café Costume)
  • Delphine Deceuninck en Bart Cobbaert (denc!-studio)
  • Jens Mortier (Mortierbrigade)
  • Tom Van Dyck (productiehuis Toespijs)

Met hun concrete verhalen bevestigden de sprekers wat acteur en ondernemer Tom Van Dyck aan het einde van de dag vertelde

Hoe specifieker je een verhaal brengt, hoe universeler het is
(Tom Van Dyck)

De ondernemers waren het -ondanks het feit dat ze erg verschillende eindproducten verkopen- met hun specifieke verhaal allemaal eens over onderstaande punten:

1. de weg naar een succesvolle onderneming is moeilijk

Het pad naar succesvol ondernemen is geen weg vol rozengeur en maneschijn. Het is een keuze voor onafhankelijkheid die gepaard gaat met moeilijke zoektochten en leren door te falen.

Als je in alles wilt slagen, kies dan voor een beroep in loondienst
(Murielle Scherre)

Het falen omzetten naar leren en dit vertalen naar nieuwe oplossingen is de sleutel tot een succesvolle onderneming. Het klinkt aanvaardbaar maar toch moet je als ondernemer het falen ondergaan in een cultuur waarin we opgevoed en afgerekend worden op het moeten slagen.

2. het onderwijs in Vlaanderen leert ons te weinig commercieel denken

Veel van de sprekers hebben een artistieke scholing achter de rug. In hun opleiding was er geen gebrek aan het stimuleren van creativiteit, maar wel aan training in het zakelijke aspect om een creatief product in de markt te zetten. Meer nog, de publieke opinie in Vlaanderen is vaak negatief als het gaat over commercieel denken gaf Nico Vandevelde van studio Hongaria aan.

3. ondernemen is een passie, je zet een hobby om in een beroep

Wie de moeilijke weg van het ondernemerschap kiest doet het meestal uit een soort van gedrevenheid waarbij je van een hobby je werk maakt.

Als je van je hobby je beroep maakt, heb je geen hobby meer
(Jimmy Dewit)

De valkuil is inderdaad dat je alleen nog werkt. Jimmy De Wit van Dicobar Galaxie spreekt in die context over een belangrijk keerpunt in zijn carrière waarin hij zijn beroep als “werk” erkende en niet meer als hobby. Dat gaf hem de vrijheid om ook één of meerdere dagen te kunnen zeggen dat zijn werk niet leuk is.

4. je moet liefde voelen voor je vak, klanten, co-founders en medewerkers

Ondernemen is een zakelijk gevolg van het omzetten van gevoelens. Als zelfstandig ondernemer werk je keihard en velen ook 7/7 dagen. Dat kan je niet volhouden als je geen liefde voelt voor je vak, je klanten en je mede-oprichters. Liefde, eerlijkheid en transparantie werden aangegeven als voorwaarden om succesvol te zijn en het vol te houden in moeilijke periodes die er altijd zullen zijn.

5. een eigen bedrijf starten, is kiezen voor onafhankelijkheid

Ook al werk je als ondernemer voor klanten en ben je van hen afhankelijk, toch is een eigen bedrijf starten een keuze voor onafhankelijkheid. Je kiest je sector, je diensten, producten, mede-oprichters en medewerkers. Als je het goed aanpakt kies je ook je eigen klanten.

Vrijheid is graag doen wat je moet doen
(Jimmy Dewit)

Toch is het niet zo dat je als onafhankelijk ondernemer het stuur altijd in handen hebt. Zo waren er een aantal sprekers die getuigden van moeilijke perioden waarin een voorgenomen plan niet de gewenste uitkomst had. De meesten hadden ook veel meer tijd nodig om een product in de markt te zetten dan ze er zelf voor gepland hadden.

6. kies voor producten die een oplossing zijn op een specifieke vraag

Hoe beter je producten en diensten een oplossing zijn voor een nood van een specifieke doelgroep, hoe beter je die klantengroep zult bereiken. Alle sprekers hebben het gehad over marktonderzoek.

Een slecht verkopend product is geen probleem van de markt, maar wel van het product zelf
(Murielle Scherre)

Als er een klantengroep is die wacht op je product, dan mag de investering in marketing kleiner zijn. Er is altijd een publiek dat openstaat voor nieuwe oplossingen, zolang het maar een antwoord is op een bestaande vraag.

7. laat je ook na 3 jaar nog begeleiden

De voorbije jaren is er in Vlaanderen op vlak van subsidiëring en media veel aandacht voor starters. Maar een succesvol bedrijf runnen betekent ook doorgroeien en de kaap van 3 jaar overleven. Op het moment dat investeringen terugverdiend moeten worden en je een bedrijf wil laten doorgroeien is ook het moment waarop overheidssteun en media-aandacht ophouden. De kans dat een bedrijf noodgedwongen moet opgeven is groter als het 3 jaar bestaat. Op dit moment zou meer begeleiding welkom zijn.

8. creëer een product met een boodschap

Toeval of niet, maar alle ondernemers gaven aan dat ze zich onderscheiden van concurrenten door het brengen van een uniek verhaal: een verhaal met een boodschap. De tuinmeubels van Extremis zijn geen meubels maar “tools for togetherness”. De kostuums van Café Costume brengen één product in verschillende stijlen in plaats van vele producten in dezelfde stijl. Hun boodschap is om te tonen dat je met een generiek product ook kunt ontwerpen voor persoonlijkheden.  Jens Mortier wil zich met de Mortierbrigade onderscheiden door reclame te ontdoen van clichés en een verhaal met een boodschap te brengen.

9. je moet de beste willen zijn

Brian Wilson was er niet, maar het was Jens Mortier die zijn citaat aanhaalde

Lick the lollipop of mediocracy once and you’ll suck forever
Brian Wilson

Een drang naar perfectionisme en de beste willen zijn, is een karaktereigenschap voor ondernemers zo blijkt uit alle verhalen.

10. sta open voor de juiste ontmoetingen

Geen van de sprekers kon ontkennen dat een deel van hun succes te maken heeft met het ontmoeten van de juiste mensen op het juiste moment. Die ontmoetingen scheppen vaak kansen om het te maken als ondernemer. Maar het is wel de passie voor het ondernemerschap die ervoor zorgt dat je openstaat voor deze toevalligheden.

Om te ondernemen moet je een beetje zot of naïef zijn

Murielle Scherre gaf in haar persoonlijke getuigenis tenslotte nog deze belangrijke tip mee: is er een dag waarop je een dipje hebt en het niet meer ziet zitten als ondernemer? Luister dan naar Whitney Houston! Want zo zegt ze zelf

Alle ondernemers zijn een beetje zot of naïef
(Murielle Scherre)

 

 

[print_gllr id=1931]

© Foto’s van Flanders DC

[Tweet “10 kenmerken van ondernemers”]

[Tweet “‘Alle ondernemers zijn een beetje zot of naïef’ (Murielle Scherre)”]

Waarom digitaal lezen niet altijd leuk is

Het is eigen aan een tijd van veel technologische verandering dat de technologie een gespreksonderwerp is. Een bewijs daarvan zijn de duizenden artikelen en meningen over tablets en e-readers. Goed dat hierover geschreven wordt, maar uiteindelijk is die technologie ondergeschikt aan de leeservaring. Wat we denken, doen en voelen bij het gebruik van een toestel is bepalend voor echte verandering.

Oliver Reichenstein beschrijft in een artikel van 14 leesminuten hoe digitale leeservaringen verbeterd kunnen worden. Enkele van zijn bevindingen worden hieronder geciteerd.

Een boek openen en lezen
Een verschil tussen analoog en digitaal lezen is de complexiteit die we moeten overbruggen om een tekst te “bereiken”. Op een leestoestel moet een boek geopend worden volgens de logica van een apparaat. Op het internet moet naar tekst genavigeerd worden volgens een logica van de website-maker. Als we een digitale tekst bereiken, voeren we meer synchrone handelingen uit dan bij het vasthouden van een boek en het omdraaien van papier. We lezen onder andere daardoor nog altijd sneller op papier dan digitaal.

If you are reading online, you descend multiple levels to reach the text. How much more complexity do you need once you reach the ultimate text layer? Why is it that once we reach the text, we hardly stay there for more than a couple of minutes?

Content-architectuur
De vormgeving en organisatie van content bepaalt of we ons graag, comfortabel en geconcentreerd door een tekst bewegen. Een boek zonder lege pagina voor het echte begin is als een huis zonder inkomhal. De cover van een boek kan even bepalend zijn als het uitzicht van een gebouw om het verschil te maken of je er wel of niet binnen wilt stappen. De samenvatting op de achterflap speelt een rol bij het kopen en lezen. De inhoudstafel is een houvast voor en tijdens het lezen zoals dat ook zo is met de bewegwijzering in grote ruimten. Ooit had ik het voorrecht om een roman-manuscript te lezen die in pakketjes verspreid over de tijd in mijn mailbox kwam. Ik heb de documenten niet afgedrukt maar digitaal gelezen. Het was niet het digitale lezen wat me in de war bracht maar het ontbreken van architectuur om het boek als een totaalervaring te beleven.

In books the transitions between the different levels or frames are clearly separated with empty pages. They act like airlocks. You know when you enter a new level, and when you leave it.
Just like a digital text, a printed text is embedded in different invisible frames through which you need to cross to get to the body text. There are various ways to embed text in a book, magazine or pamphlet.

Lezen is focussen
Lezen is een vorm van luisteren. Om goed te luisteren zijn ruimte en omgeving even belangrijk als de manier waarop iets verteld wordt. De vorm is naast de inhoud van belang om te kunnen focussen.

To be able to design a better reading experience at the most basic level, we have to understand how to bring digital reading into a form of continuity. And to get there we need to find out what makes and breaks continuity.

Zoals Oliver Reichenstein beschrijft is het niet zo dat het kopiëren van analoge leesmodellen de perfecte digitale leeservaring oplevert. De extra navigatiemogelijkheden die online mogelijk zijn, hoeven niet genegeerd te worden om een gefocuste leeservaring te designen.

De basis moet goed zitten
Veel digitale content mist een goede toepassing van de basis-elementen: leestypografie, bladspiegel en focus op tekst. Het is niet nodig om een blad papier na te bootsen. Het is zelfs niet nodig om het draaien van een blad papier na te bootsen. Er is wel meer aandacht nodig voor de opmaak en presentatie van tekst. Comfortabel lezen vraagt voldoende  ruimte tussen de letters en de tekstregels. Blanco ruimte naast de tekst is belangrijk. Niet elk lettertype leest even gemakkelijk. Verwijzingen naar 101 dingen die niet relevant zijn om de tekst zelf te begrijpen leiden af. Te kleine letters zijn vermoeiend om te lezen. Een slecht kleurcontrast tussen tekst en achtergrond doet lezers afhaken, … En niet te vergeten: grammaticaal gebruik van hoofdletters is van belang. (Ja, er zijn designers die hoofdletters niet mooi vinden, maar alleen kleine letters of alleen grote letters zijn vermoeiend om te lezen. Echt waar.)
Het is geen oplossing om alle opties instelbaar te maken en het leesdesign over te laten aan eindgebruikers. Wat er mooi uitziet is niet altijd hetzelfde als wat ergonomisch interessant is.

Good typography does not look nice to please type nerds. Primarily, well set type reads well. It captivates, leads along, and doesn’t let you escape: it creates continuity.”
“In a well crafted book every single letter has its correct position in the whole of the text body to guarantee maximum readability and — through this — continuity of the reading experience

Readability to the rescue
Het is vreemd om te zien hoeveel er geïnvesteerd wordt in online content en hoe weinig deze inhoud op een volwaardige manier gepresenteerd wordt. Waarom teksten produceren om ze te publiceren op pagina’s waar de tekst met moeite vindbaar is? Waarom wordt een webpagina ingedeeld in 10 of meer publicatiezones? (Ja, bekijk maar sommige blogtemplates. En inderdaad, ook deze tekst kan beter gepresenteerd worden.)

Ik gebruik vaak Readability om een online tekst beter te kunnen lezen. Met de “Read Now” optie van de Readability-browser plugin wordt de tekst van een webpagina op een leesbare manier getoond.Het is een oplossing. Maar het is een extra stap die ik liever niet nodig zou hebben.

 

Heb jij FOMO?

FOMO, of de Fear Of Missing Out staat voor de angst om dingen te missen. Het sociale web maakt ons meer dan ooit bewust van alles waar we niet bij zijn. Status-updates op Facebook, Twitter, Foursquare, Instagram… wrijven het live in ons gezicht: X zit met Y op restaurant en wat ze eten ziet er heerlijk uit, foto’s van dansfeestjes waar de ambiance op beeld er beter uitziet dan in het echt, iemand checkt in op een concert of tentoonstelling waarvan je niet op de hoogte was, tweets van conferenties waar je niet bij bent, …  Het lijkt erop dat mensen met hun status-updates en bijhorende beeld-bewijsmateriaal een doel hebben: anderen jaloers maken.


De momenten waarop je thuis bent met het plan om niets te doen zijn net ook die momenten waarop er tijd is om doelloos rond te hangen op het web. Op dat moment worden we geconfronteerd met de 101 leuke dingen die we aan het missen zijn. Het gevoel van dingen missen is niet nieuw, maar wordt versterkt doordat we met weinig inspanning veel kunnen zien en volgen. Het aantal mensen dat online in beeld is, is groter dan de groep mensen van wie je hun doen en laten volgt via regelmatig contact. Het real-time delen, de bijhorende locatie-gegevens, en de beelden versterken het gevoel iets te missen meer dan iemands verhaal van wat hij of zij gaat doen of gedaan heeft.

Wie heeft er last van?
Uit onderzoek van JWT Intelligence blijkt dat mannen meer last hebben van FOMO dan vrouwen. In januari 2012 werden 869 volwassenen en 60 jongeren uit de Verenigde Staten bevraagd over hun angst om dingen te missen. Meer dan de helft van de bevraagden zegt af en toe last te hebben van FOMO.

Bron: http://mashable.com/2012/06/22/fomo-infographic/

Wat zijn de gevolgen?
Mensen met teveel last van FOMO krijgen problemen met kiezen en beslissen omdat ze verstrikt geraken in de angst om iets interessant te missen. FOMO-patiënten hebben concentratie-problemen omdat ze moeilijk kunnen weerstaan aan de drang om alle kanalen te checken in de hoop zo geen interessante dingen te missen.

The fear of missing out might become a self-fulfilling prophecy. The futile attempt to exhaust all available options can lead us to not realizing any option at all and to missing all options altogether.”
Dan Herman
CEO, international strategy Competitive Advantages

Is er een oplossing?
Volgens dit promofilmpje kan je FOMO vermijden met een power-adapter die je 100% garantie geeft op stroom, zodat je altijd en overal online bent en niets kunt missen. Ik ben eerder overtuigd van een oplossing die de stroom af en toe wegneemt.

Terwijl ik dit aan het schrijven was, heb ik minstens 30 leuke dingen gemist. Ik hoop dus dat u dit artikel leuk vindt.

Het internet als echokamer

Zoeken moet snel gaan. Wat we niet vinden op de eerste pagina van een Google-zoekresultaat bestaat niet. We gaan er van uit dat Google weet we bedoelen. Daarom verwachten we het juiste antwoord bovenaan. Opnieuw zoeken in miljoenen antwoorden is niet aan de orde. In vele gevallen is het zo dat het voor-ons-juiste antwoord bovenaan staat. Dat komt omdat Google ons heeft leren kennen door de sporen die we achterlaten op het internet. Elke online handeling wordt geregistreerd en onthouden. Zo creëren we ons eigen universum van waarheden en blinde vlekken.

De filter bubble

Eli Pariser
waarschuwt in zijn boek The Filter Bubble voor de gevaren van ons “personal ecosystem of information”. We hebben het idee dat we alles zien, maar we bekijken het internet door een filter waarvan we zelf niet (meer) weten hoe die is samengesteld. Meer nog, we weten ook niet hoe we de filter kunnen afzetten. Pariser benadrukt het feit dat we daardoor een gebrek krijgen aan alternatieve meningen door bijvoorbeeld ooit een artikel over Obama te verkiezen boven een artikel over Romney.

A world constructed from the familiar is a world in which there’s nothing to learn
Eli Pariser in The Economist, 2011 

Het concept van de filter bubble is vergelijkbaar met de relevance paradox. De relevantie wordt berekend door feiten buiten beschouwing te laten. Terwijl dit ook feiten zijn die mee bepalen wat relevant is.

The friendly world syndrome en de echokamer
De bubbel die we zelf creëren geeft ons een geluksgevoel omdat het internet een spiegel wordt van onze eigen interesses en die van onze vrienden. Dean Eckles spreekt in deze context over The Friendly World Syndrome. Op Facebook kunnen we alleen maar dingen leuk vinden. Dat maakt de barrière voor een kritisch discours groter, en de drempel voor impulsieve stellingen kleiner. Het belang van een bericht wordt berekend op basis van de meeste “likes”.

Participants in online communities may find their own opinions constantly echoed back to them, which reinforces their individual belief systems.
How the echo chamber impacts online communities, Wikipedia 

Heb je je ooit afgevraagd waarom bepaalde updates van Facebook-vrienden wel of niet getoond worden? Dat beslist Facebook voor jou op basis van de sporen die jij en je vrienden achterlaten. Hoe dat juist werkt is onduidelijk. Door opties aanpasbaar te maken, krijg je een vals gevoel van controle. Het effect van die aanpassingen is een maand later misschien anders, dus geven we ons uiteindelijk over aan de machine die voor ons beslist.

If we never click on the articles about cooking, or gadgets, or the world outside our country’s borders, they simply fade away. We’re never bored. We’re never annoyed. Our media is a perfect reflection of our interests and desires
Eli Pariser in The Filtre Bubble, 2011

Een machine-mens
Bij alles wat je online doet laat je sporen achter: een link aanklikken, een zoekwoord gebruiken, de tijd tussen een zoekresultaat en de klik naar een website, de personen aan wie je gelinkt bent, de commentaren en vind-ik leuks, een tweet of statusupdate, een blogbericht, de foto’s en filmpjes die je online zet, de plaatsen waar je incheckt, boeken die je online koopt of leest, de taalinstellingen van je browser, de plaats vanwaar je surft, … Elk spoor afzonderlijk lijkt onschuldig. Alle sporen samen zeggen meer over jezelf dan wat je wilt prijsgeven op het internet. Om nog niet te spreken over hoe interessant deze conclusies zijn voor adverteerders. Het internet is een lerend platform waar een machine-mens met berekende kennis in dialoog gaat met echte mensen. Ik ben er zelf niet uit hoe blij we daarmee moeten zijn.

P.S. als je dit artikel interessant vond, dan ben je *zeker* ook geïnteresseerd in social graphs en interest graphs