Posts in "Ondernemen"

Werken als informatie architect : iStoire Services in 2015

‘Wat doe jij eigenlijk als werk?’ Ik vind dat een moeilijke vraag. Afhankelijk van de context leg ik het accent in mijn antwoord anders. Het feit dat ik zelfstandig werk en een eigen zaak heb opgericht, kan in een bepaalde context een onderdeel van mijn antwoord zijn. Een bedrijf hebben, wil zeggen dat een deel van je werktijd gaat naar het runnen van die zaak: boekhouding doen, adviezen inwinnen, voorgesprekken met klanten, offertes maken, zoeken naar mensen om samen te werken en nog meer dingen waar je al snel een paar dagen per maand mee bezig bent.

Mijn échte werk is het makkelijkst uit te leggen door te vertellen over opdrachten. Maar opdrachten hebben eigen accenten en zijn niet altijd representatief voor het geheel. De rode draad komt het best tot uiting door over verschillende opdrachten te vertellen. Wat ik in 2015 deed was voor mij de perfecte mix van wat ik graag doe, waar ik bezig mee wil blijven met organisaties en bedrijven waar ik graag mee samenwerk.

Het was een voorrecht om op amper 12 maanden tijd te kunnen werken voor Pinakes, De Nachtwacht, IMMD, M&I-partners, Dox project- en schoolinrichters, Universiteit Gent, Bibnet, Goosebumps, Meta4Books, Stad Gent, Stad Brugge, Stad Oostende, Digipolis, Provincie West-Vlaanderen, Locus, Provincie Antwerpen, Provincie Vlaams-Brabant, Trendwolves en het Vlaams Parlement.

Soms ging het om kleine opdrachten maar meestal over langere trajecten waarbij ik in bepaalde periodes mee werk in teams. Alle opdrachten draaien rond het feit dat digitale en online veranderingen dwingen om dingen te herdenken. Soms help ik door het geven van workshops of opleidingen maar meestal gaat het verder door nieuwe informatie- of organisatiestructuren uit te werken, interactie ontwerpen voor websites of software te maken, te analyseren hoe een intranet kan evolueren, gebruikersonderzoek te doen, te adviseren hoe gegevens het best gestructureerd worden in functie van een specifiek doel, de impact van digitale veranderingen in kaart te brengen, richtingen voor de toekomst te adviseren, concepten uit te tekenen of een veranderingstraject te begeleiden.

Informatie architectuur gaat kort samengevat over het structureren van data en informatie in functie van interactie met mensen die deze gegevens via een interface gebruiken. Die interface kan een website of een app zijn. Het kan ook een software-applicatie zijn die enkel intern gebruikt wordt of de interface van gelijk welk toestel dat geconnecteerd  is met een informatiesysteem of met het internet. Als informatie architect ben je bezig met gebruiksvriendelijkheid van interfaces maar ook met hoe en welke informatie het best op welke manier geregistreerd wordt in welk soort systeem.

Het werk van een informatie architect is minder dan vroeger gefocust op geïsoleerde toepassingen. Digitale oplossingen worden bekeken als onderdeel in een geheel van diensten en producten die door mensen en teams gemaakt worden. Als informatie architect ben je daardoor ook een beetje organisatie architect. Om die reden heb ik mij in 2015 verder verdiept in digital governance. Dat deed ik onder andere door een Masterclass te volgen bij Lisa Welchman, de auteur van Managing Chaos. Zelf vertelde ik over digital governance op De Helden van Kortom, een studiedag voor communicatiemedewerkers in overheidsorganisaties.

Onze wereld drijft op informatie, het is boeiend om elke informatietoepassing te zien als deel van een veel groter geheel. Toch blijft het nodig om zaken tijdelijk te durven lostrekken. Het is een kunst om kleine stukjes te detecteren die afzonderlijk kunnen opgestart of verbeterd worden. Het feit dat die stukjes niet altijd overeen komen met de organisatiestructuur maakt het vaak nuttig om tijdelijk externe expertise in te schakelen.

Ik kijk alvast uit naar een jaar vol nieuwe uitdagingen!

Tips om een goede offerte te maken

Als je een technische product of dienst verkocht wil krijgen is het kunst om je aanbod op een verstaanbare manier uit te leggen. Een offerte lezen zou leuk moeten zijn, maar het is vaak anders.

Het kiezen van een softwareleverancier, webbouwer of appdeveloper die past bij jouw noden is een vak op zich geworden. Ik begeleid vaak organisaties bij het conceptualiseren van ideeën en het beschrijven van de gewenste oplossing. Deze voorstudie resulteert in een functionele analyse en een bestek of offertevraag voor een nieuw te ontwikkelen product en dat is de eerste stap naar een goede offerte of prijsvraag.

Een duidelijke offertevraag
Een voorstudie is belangrijk omdat een realistisch prijsvoorstel afhangt van hoe goed je als klant kan uitleggen wat je nodig hebt. Het zorgt dat potentiële ontwikkelaars beter weten wat van hen verwacht wordt zodat je een realistische inschatting van de oplossing en de prijs krijgt waardoor je de verschillende voorstellen correct kunt vergelijken.

Is het bestek of de offertevraag onduidelijk dan riskeer je in de situatie te komen dat ontwikkelaars jouw idee gaan vormgeven op een manier dat het voor hen goed uitkomt. Bevat het bestek te veel details dan mis je mogelijk het innovatiepotentieel en de creatieve inbreng van de ontwikkelaars. Het ‘waarom’ van een productvraag is daarom minstens even belangrijk als het ‘wat’.

Kiezen op basis van offertes

Na het uitsturen van een offertevraag komt een volgende fase die evident lijkt: de offertes komen binnen, je leest ze en kiest op basis van een aantal criteria (aanpak, prijs, planning, technologie, referenties) het beste voorstel. In de praktijk blijkt dat echter niet altijd evident. Eén van de oorzaken is het feit dat er vaak standaardoffertes uitgestuurd worden. Standaardteksten, hoe goed ze ook mogen zijn, geven een slechte indruk. Het komt over alsof je geen tijd wil nemen, je niet geïnteresseerd bent in de klant of dat je met zo weinig mogelijk inspanning zoveel mogelijk wil verkopen. Standaardoffertes herken je meteen, ze tonen weinig respect voor de potentiële klant. Het tonen dat je een offertevraag, een klant of een sector begrijpt is de basis van een goed prijsvoorstel. Een softwarebouwer is geen bakker die dezelfde broodjes aan veel verschillende soorten klanten kan verkopen.

Hoe maak je een offerte die graag gelezen wordt?
Omdat ik veel offertes lees, heb ik een aantal tips waarvan ik hoop dat ze gevolgd worden. Het zal mijn werk (en zeker ook dat van anderen) nog aangenamer maken.

inhoudelijk

  • toon aan dat je de vraag goed gelezen en begrepen hebt
  • start met het belangrijkste deel van de oplossing
  • gebruik zo weinig mogelijk vakterminologie
  • zorg voor tekst op maat
  • zeg waarom je graag zou samenwerken

vormelijk

  • zorg voor genummerde pagina’s (ja, lange offertes worden soms afgedrukt)
  • zorg voor een leesvriendelijke opmaak
  • zet algemene informatie in bijlage (niets zo vervelend als de essentie te moeten zoeken)

Wat de lezer in één oogopslag terug wil vinden

  • De totaalprijs
  • De prijs per fase of onderdeel
  • Het onderscheid tussen éénmalige en terugkerende kosten
  • De dagprijs voor verschillende expertises (indien relevant)
  • Inschatting van de doorlooptijd
  • Een planningsvoorstel (incl. migratie indien van toepassing)
  • Verwachte input van de klant
  • Garanties, eigendomsrechten en informatie over service level agreements (indien van toepassing)
  • Referenties

Een offerte maken kost tijd

Zelf maak ik vaak offertes en ik doe dat graag. Het geeft me de kans om een aanpak te motiveren waar ik achter sta, om me in te graven in de vraag of het probleem en om de best mogelijk aanpak te beschrijven. Dat wil zeggen dat je al een deel van het werk doet vooraleer je weet of je hiervoor betaald zult worden. Al van bij de offerte start het proces om iets wat complex is te vereenvoudigen, en dat kost tijd.

Inlevingsvermogen

Usability is niet enkel een zaak van websites. Als je kiest voor klantvriendelijkheid is dat een manier van leven en werken. In elk document, elke e-mail, elk stukje tekst en elk gesprek krijg je de kans om te tonen dat je begrijpt hoe de ontvanger redeneert. Ik geef toe, dat is niet altijd gemakkelijk.

De 10 testprincipes volgens Osterwalder

Alex Osterwalder is auteur van de Business Model Generation (2010), het boek waarin hij samen met andere onderzoekers het Business Model Canvas ontwikkelde. In 2014 kwam Value Proposition Design uit als het vervolg en antwoord op de vraag “how to create products and services customers want”.
10 Testprincipes
Value Proposition Design is een pleidooi voor de combinatie van experimenteren en testen als methode om risico’s te beperken bij het ontwikkelen van nieuwe producten of diensten.

Ideeën zijn leuk. Ideeën zijn de drijfveer en basis voor startups en organisaties die innovatief bezig zijn. Maar nieuwe ideeën staan meestal gelijk aan onzekerheid. Bij het ontwikkelen van iets nieuw is het onvoorspelbaar of er een publiek is die jouw oplossing effectief nodig heeft én zal gebruiken. Enthousiasme over een idee is niet hetzelfde als een oplossing effectief gebruiken. Voordat je het weet ben je een jaar aan het bouwen aan een nieuw product en besef je anderhalf jaar later dat het enthousiasme bij een bevraging van je potentiële klanten niet overeenkomt met het gebruik ervan.

Het test- en experimenteerproces

Het risico om te investeren in verkeerde oplossingen kan beperkt worden door zo vroeg mogelijk in het ontwikkelproces eindgebruikers te betrekken. Tijdens dit experimenteerproces kan je van echte gebruikers leren wat wel en niet werkt of gebruikt wordt. Het doel is om risico’s op ‘foutieve’ ontwikkelkeuzes te beperken en zo te streven naar een waardevol product.

10 testprincipes

In het boek worden “10 Testing Principles” als leiddraad gegeven om het test- en experimenteerproces in het juiste perspectief te blijven zien.

1) Geef “Bewijs” voorrang op “Mening”

Je eigen mening of die van je baas of investeerder is ondergeschikt aan wat je als bewijs van een gebruikersonderzoek te weten komt.

2) Leer snel door risico’s te nemen

Voorzichtigheid is vaak ingegeven door schrik om te falen. Door voorzichtigheid worden te weinig uitgesproken keuzes gemaakt waardoor je minder snel leert. Testen heeft ook als doel om te leren wat NIET werkt. Let wel, in deze situatie moet je snel kunnen bijsturen.

3) Test vroeg, verfijn je ideeën later

Verzamel inzichten door vroeg te testen met een product waarin nog niet alle ideeën verwerkt zijn. Let wel, je product heeft voldoende totaalwaarde voor de eindgebruiker nodig om bruikbare feedback te verzamelen.

4) Een experiment is anders dan de realiteit

Besef dat je met een experiment door een lens naar de realiteit ‘probeert’ te kijken. De inzichten van experimenten zijn bruikbaar als indicatoren om een richting te kiezen. In een productie-omgeving is de context vaak anders.

5) Integreer inzichten met visie

Verlies de lange termijnvisie niet bij het integreren van oplossingen die gebaseerd zijn op bewijzen die je opdoet tijdens het testen.

6) Kill your darlings

Bepaalde ideeën zijn gebaseerd op aannames of veronderstellingen. Vaak is het zo dat bedenkers hun idee erg genegen zijn. Probeer voorafnames te identificeren zodat je deze kan testen met de realiteit. Durf het idee op te geven als uit testen blijkt dat het minder goed is als gedacht.

7) Denk “customer first”

Investeer niet in ideeën op zich maar in oplossingen voor reële behoeften. Het kennen van de leefwereld van de klant (noden, behoeften, use cases, …) gaat vooraf aan het uitwerken van oplossingen of ideeën.

8) Maak gebruik meetbaar 

In de zoektocht naar een waardevol product is het nodig om op voorhand te bepalen hoe je kunt meten om de juiste inzichten te verzamelen.

9) Accepteer dat niet alle feiten waar zijn

Wat een gebruiker zegt over je product kan anders zijn dan wat hij/zij ervaart of doet tijdens het gebruik ervan. Niet alle bewijzen zijn betrouwbaar.

10) Test onomkeerbare beslissingen dubbel zoveel

Beslissingen die een grote of onomkeerbare impact hebben op je product dienen dubbel zoveel getest te worden.

Met deze testprincipes als leiddraad is de volgende stap het kiezen van de beste testmethodieken om specifiek voor jouw product of dienst de inzichten te verzamelen die vertaalbaar zijn naar oplossingen die jouw product waardevoller kunnen maken. Wil je hier meer over weten of leren? Neem dan contact op.

Waarom een ICT woman of the year niet over ICT wil praten

Het Creativity World Forum “Europe’s biggest conference about entrepreneurial creativity”ging dit jaar door in Kortrijk op 5 en 6 november. Naast de vele keynotes van internationale sprekers werd er tijdens de Sofa Sessions in knusse salons gediscussieerd met gastsprekers. Ik zat samen met 9 anderen in de sofa met Saskia Van Uffelen.

Saskia Van UffelenSaskia Van Uffelen is sinds april 2014 CEO van Ericsson Belux. In 2011 werd ze door Data News uitgeroepen tot ICT Woman of the Year. Eind 2012 werd ze naar voor geschoven als Europese ‘Digital Champion’, ter ondersteuning van EU-commissaris Neelie Kroes. Verder ijvert ze voor het belang van digitaal eductieve systemen, innovatieve e-commerce en online veiligheid. Saskia Van Uffelen is daarnaast ook moeder van vijf kinderen.

Waarom een ICT woman of the year niet over ICT wil praten

Saskia opende het gesprek met wat ook mijn stokpaardje is: “ik werk in de ICT maar ik wil het niet hebben over ICT”. De term is achterhaald, het is een abstract begrip voor wie opgroeide met het internet en de focus op IT als doel of oplossing getuigt van weinig visie. Toch is technologie een belangrijk element in de ontwikkeling van elke sector of bedrijf. Wie vandaag niet bezig is met het herdenken van producten en oplossingen voor een geconnecteerd publiek zal morgen in de problemen komen. De mooiste voorbeelden zijn echter de innovaties die het technologische overstijgen. Het peer-to-peer taximodel Uber is daarvan het bekendste voorbeeld. Toch blijven we bij dergelijke vormen van innovatie te vaak spreken over hoe het een bestaande sector kan stukmaken in plaats van dat we het hebben over de positieve impact op intermenselijke relaties.

Hoe ze als vrouw haar mannetje staat

Saskia Van Uffelen, een studente lichamelijke opvoeding en pedagogische wetenschappen, heeft meer dan 25 jaar ervaring in bedrijven waar ICT vaak wel nog een uitgangspunt is (Ericsson Belux, Bull-ict, Xerox, Compaq, HP). Als niet-ingenieur tussen ingenieurs en als vrouw in een mannenwereld heeft ze haar mannetje leren staan door de focus op IT te verplaatsen naar de kracht van het samenwerken met verschillende generaties binnen één context of bedrijf. Daarover schreef ze het boek Iedereen baas.

Iedereen baas is geen HR boek

Het boek bespreekt de verschillen tussen Generatie X, Y, Z en de babyboomers. Vanaf 2016 komt generatie Z op de werkvloer. Doordat babyboomers langer aan de slag blijven, zullen bedrijven en overheidsorganisaties voor het eerst vier generaties moeten laten samenwerken. Generaties met een eigen cultuur, eigen waarden en een eigen manier van werken.

Deze verschillen leveren spanningen op, maar het zijn net ook deze contrasten die bedrijven nodig hebben: ervaring versus nieuwe inzichten, digital natives versus digital immigrants, leiders en volgers. Het boek brengt de boodschap dat je deze contrasten kunt ombuigen tot een krachtig voordeel. Er is geen eenduidige oplossing om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. De ene manier van denken of doen is niet beter of slechter dan de andere. Een bedrijf die deze verschillen inzet als sterkte kan er in slagen om duurzaam innovatief te zijn.

Grootvaders en kleinzonen laten samenwerken

Voor het eerst zullen we de situatie krijgen waarin de grootvader in een werkrelatie kan staan tot zijn vader, zoon én kleinzoon. De verschillen tussen generaties zijn vaak groot en situeren zich op vele vlakken: de manier waarop er gecommuniceerd of gewerkt wordt, verschillende visies op work life balance, andere carrière-ambities, verschillende omgang met leiderschap, andere intrinsieke motivaties. Eén voor één zaken die bepalend zijn voor de sfeer op de werkvloer.

Een bedrijfscultuur die hiermee kan omgaan, is gebaseerd op openheid en heeft aandacht voor kleine ingrepen die grote verschillen kunnen maken. Zoals bijvoorbeeld iemand die stage loopt samen te zetten met de oudste werknemers vanuit het idee dat een grootvader graag verhalen vertelt en jonge mensen liever leren op basis van een verhaal dan door kennis te moeten verzamelen op de schoolbanken of uit handboeken.

Saskia geeft aan dat vele spanningen te maken hebben met het aanduiden van een schuldige. Haar ultieme advies is om de betrokken partijen uit de dagen met de vraag: wat zou je doen als je in de schoenen van de andere zou staan.

Waarom elk bedrijf een Saskia Van Uffelen nodig heeft

Elk bedrijf, groot of klein is gebaat met de holistische aanpak die tijdens het hele gesprek naar boven kwam. Transitie gaat over wijzigingen doorvoeren op alle domeinen met een visie op het geheel. Het totaal is meer dan de som van de delen. Enkel inzetten op technologie werkt niet, enkel belang hechten aan de cijfers werkt ook niet.

Een gave die Saskia Van Uffelen duidelijk bezit, is de manier waarop ze moeilijke zaken eenvoudig kan uitleggen. Dat helpt haar ongetwijfeld om op een spontane manier autoriteit af te dwingen. Daarnaast is het een persoon die problemen ziet als opportuniteiten en haar visie op duurzaam ondernemen is een zaak van duurzaam omgaan met mensen. Zijn dat voldoende redenen om een Saskia Van Uffelen in jouw bedrijf binnen te halen?

Een stad vol creatieve ondernemers op Creativeville

Op 14 november was de Eskimofabriek in Gent het decor voor Creativeville, een evenement georganiseerd door Flanders DC. Het is geen toeval dat deze dag in Gent georganiseerd werd. Bij de opening vertelde schepen van ondernemen Matthias Declercq dat de creatieve economie in Gent goed is voor ruim 500 bedrijven,  die meer dan 6.000 mensen te werk stellen. Daarnaast oefenen nog eens 3.600 zelfstandigen een creatief beroep uit, bijna 18% van alle Gentse zelfstandigen.

Creativeville was een namiddag vol inspirerende lezingen en workshops. Het publiek van meer dan 500 deelnemers zag er gemiddeld erg jong uit. De sprekers brachten één voor één inspirerende en motiverende verhalen die de goesting om te kiezen voor zelfstandig ondernemen bijna alleen maar konden aanwakkeren. De ondernemers op het sprekerspodium waren:

  • Dirk Wynants (Extremis)
  • Leen Gysen (IPARC)
  • Jimmy Dewit (a.k.a. DJ Bobby Ewing en Discobar Galaxie)
  • Murielle Scherre (La Fille d’O)
  • Tony Le Duc (Minestrone uitgeverij)
  • Valentijn Destoop (Little Miss Robot)
  • Nico Vandevelde (productiehuis Hotel Hungaria)
  • Bruno Van Gils (Café Costume)
  • Delphine Deceuninck en Bart Cobbaert (denc!-studio)
  • Jens Mortier (Mortierbrigade)
  • Tom Van Dyck (productiehuis Toespijs)

Met hun concrete verhalen bevestigden de sprekers wat acteur en ondernemer Tom Van Dyck aan het einde van de dag vertelde

Hoe specifieker je een verhaal brengt, hoe universeler het is
(Tom Van Dyck)

De ondernemers waren het -ondanks het feit dat ze erg verschillende eindproducten verkopen- met hun specifieke verhaal allemaal eens over onderstaande punten:

1. de weg naar een succesvolle onderneming is moeilijk

Het pad naar succesvol ondernemen is geen weg vol rozengeur en maneschijn. Het is een keuze voor onafhankelijkheid die gepaard gaat met moeilijke zoektochten en leren door te falen.

Als je in alles wilt slagen, kies dan voor een beroep in loondienst
(Murielle Scherre)

Het falen omzetten naar leren en dit vertalen naar nieuwe oplossingen is de sleutel tot een succesvolle onderneming. Het klinkt aanvaardbaar maar toch moet je als ondernemer het falen ondergaan in een cultuur waarin we opgevoed en afgerekend worden op het moeten slagen.

2. het onderwijs in Vlaanderen leert ons te weinig commercieel denken

Veel van de sprekers hebben een artistieke scholing achter de rug. In hun opleiding was er geen gebrek aan het stimuleren van creativiteit, maar wel aan training in het zakelijke aspect om een creatief product in de markt te zetten. Meer nog, de publieke opinie in Vlaanderen is vaak negatief als het gaat over commercieel denken gaf Nico Vandevelde van studio Hongaria aan.

3. ondernemen is een passie, je zet een hobby om in een beroep

Wie de moeilijke weg van het ondernemerschap kiest doet het meestal uit een soort van gedrevenheid waarbij je van een hobby je werk maakt.

Als je van je hobby je beroep maakt, heb je geen hobby meer
(Jimmy Dewit)

De valkuil is inderdaad dat je alleen nog werkt. Jimmy De Wit van Dicobar Galaxie spreekt in die context over een belangrijk keerpunt in zijn carrière waarin hij zijn beroep als “werk” erkende en niet meer als hobby. Dat gaf hem de vrijheid om ook één of meerdere dagen te kunnen zeggen dat zijn werk niet leuk is.

4. je moet liefde voelen voor je vak, klanten, co-founders en medewerkers

Ondernemen is een zakelijk gevolg van het omzetten van gevoelens. Als zelfstandig ondernemer werk je keihard en velen ook 7/7 dagen. Dat kan je niet volhouden als je geen liefde voelt voor je vak, je klanten en je mede-oprichters. Liefde, eerlijkheid en transparantie werden aangegeven als voorwaarden om succesvol te zijn en het vol te houden in moeilijke periodes die er altijd zullen zijn.

5. een eigen bedrijf starten, is kiezen voor onafhankelijkheid

Ook al werk je als ondernemer voor klanten en ben je van hen afhankelijk, toch is een eigen bedrijf starten een keuze voor onafhankelijkheid. Je kiest je sector, je diensten, producten, mede-oprichters en medewerkers. Als je het goed aanpakt kies je ook je eigen klanten.

Vrijheid is graag doen wat je moet doen
(Jimmy Dewit)

Toch is het niet zo dat je als onafhankelijk ondernemer het stuur altijd in handen hebt. Zo waren er een aantal sprekers die getuigden van moeilijke perioden waarin een voorgenomen plan niet de gewenste uitkomst had. De meesten hadden ook veel meer tijd nodig om een product in de markt te zetten dan ze er zelf voor gepland hadden.

6. kies voor producten die een oplossing zijn op een specifieke vraag

Hoe beter je producten en diensten een oplossing zijn voor een nood van een specifieke doelgroep, hoe beter je die klantengroep zult bereiken. Alle sprekers hebben het gehad over marktonderzoek.

Een slecht verkopend product is geen probleem van de markt, maar wel van het product zelf
(Murielle Scherre)

Als er een klantengroep is die wacht op je product, dan mag de investering in marketing kleiner zijn. Er is altijd een publiek dat openstaat voor nieuwe oplossingen, zolang het maar een antwoord is op een bestaande vraag.

7. laat je ook na 3 jaar nog begeleiden

De voorbije jaren is er in Vlaanderen op vlak van subsidiëring en media veel aandacht voor starters. Maar een succesvol bedrijf runnen betekent ook doorgroeien en de kaap van 3 jaar overleven. Op het moment dat investeringen terugverdiend moeten worden en je een bedrijf wil laten doorgroeien is ook het moment waarop overheidssteun en media-aandacht ophouden. De kans dat een bedrijf noodgedwongen moet opgeven is groter als het 3 jaar bestaat. Op dit moment zou meer begeleiding welkom zijn.

8. creëer een product met een boodschap

Toeval of niet, maar alle ondernemers gaven aan dat ze zich onderscheiden van concurrenten door het brengen van een uniek verhaal: een verhaal met een boodschap. De tuinmeubels van Extremis zijn geen meubels maar “tools for togetherness”. De kostuums van Café Costume brengen één product in verschillende stijlen in plaats van vele producten in dezelfde stijl. Hun boodschap is om te tonen dat je met een generiek product ook kunt ontwerpen voor persoonlijkheden.  Jens Mortier wil zich met de Mortierbrigade onderscheiden door reclame te ontdoen van clichés en een verhaal met een boodschap te brengen.

9. je moet de beste willen zijn

Brian Wilson was er niet, maar het was Jens Mortier die zijn citaat aanhaalde

Lick the lollipop of mediocracy once and you’ll suck forever
Brian Wilson

Een drang naar perfectionisme en de beste willen zijn, is een karaktereigenschap voor ondernemers zo blijkt uit alle verhalen.

10. sta open voor de juiste ontmoetingen

Geen van de sprekers kon ontkennen dat een deel van hun succes te maken heeft met het ontmoeten van de juiste mensen op het juiste moment. Die ontmoetingen scheppen vaak kansen om het te maken als ondernemer. Maar het is wel de passie voor het ondernemerschap die ervoor zorgt dat je openstaat voor deze toevalligheden.

Om te ondernemen moet je een beetje zot of naïef zijn

Murielle Scherre gaf in haar persoonlijke getuigenis tenslotte nog deze belangrijke tip mee: is er een dag waarop je een dipje hebt en het niet meer ziet zitten als ondernemer? Luister dan naar Whitney Houston! Want zo zegt ze zelf

Alle ondernemers zijn een beetje zot of naïef
(Murielle Scherre)

 

 

[print_gllr id=1931]

© Foto’s van Flanders DC

[Tweet “10 kenmerken van ondernemers”]

[Tweet “‘Alle ondernemers zijn een beetje zot of naïef’ (Murielle Scherre)”]