Posts tagged "Information Architecture"

Data als doel of middel?

Tijdens de vele jaren waarin ik als informatie architect bezig ben met het vormgeven van digitale diensten blijft eenzelfde spanningsveld terugkeren. Een spanning die het gevolg is van verschillende uitgangspunten: data en technologie als doel of als middel, verder bouwen op wat er is of opnieuw beginnen. Het komt vaak voor dat er tijdens een veranderingstraject discussie ontstaat over fundamenteel verschillende uitgangspunten.

Een situatieschets van 3 verschillende uitgangspunten:

  1. We zullen alle data die we doorheen de tijd gecreëerd hebben samenbrengen.
    Deze data zullen we verrijken met gegevens die vrij of tegen betaling beschikbaar zijn.
    Deze verrijkte dataverzameling is het uitgangspunt voor het bedenken van nieuwe vormen van dienstverlening.
  2. We bedenken een nieuwe vorm van dienstverlening en onderzoeken vervolgens welke data daarvoor nodig zijn.
    Deze data zullen we zelf creëren of afnemen van partijen die deze vrij of tegen betaling ter beschikking stellen.
  3. We onderzoeken de noden van ons publiek en gaan op basis daarvan (ver)nieuw(d)e diensten ontwikkelen.
    De data die daarvoor nodig zijn gaan we verzamelen of  zelf creëren.

Ook al lijkt het derde uitgangspunt het beste is het niet zo dat de twee andere fout zijn. Om te innoveren is het nodig om te experimenteren en daarvoor zijn de eerste twee opties soms meer voor de hand liggend. Het onderzoek dat genoemd wordt in optie 3 kan ook gebeuren door de combinatie van 1 en 2.

Het probleem ligt niet bij het kiezen van de juiste optie, maar wil in het feit dat er bij aanvang van een veranderingstraject vaak niet gekozen wordt omdat er een kader ontbreekt om beslissingen te nemen.

Open en linked data

De emancipatiestrijd van data en de semantische onderbouw van het web zorgden ervoor dat veel organisaties (terecht!) bezig zijn met het openstellen, hergebruiken en linken van datasets. Waarom zouden we het warm water opnieuw uitvinden, waarom data creëren en beheren waar iemand anders al mee bezig is, waarom lokaal denken als het web globaal is, waarom semantische relaties tussen data en objecten niet visualiseren? Het zijn maar enkele van de redenen om in te zetten op open en linked data.

Hackathons zijn de speelplaatsen voor data-nerds. Het is fantastisch dat er alsmaar meer speelplaatsen zijn! Tijdens de hackathons mag er gespeeld worden met (tijdelijk) vrij beschikbare data. Het is de eerste optie en het is duidelijk dat er uit dat spelen geleerd kan worden. Zowel de ontwikkelaars als de eigenaars van data steken veel op als er nieuwe producten mee gemaakt worden. Het uitpakken met technische data-hoogstandjes is de drijfveer voor de eerste twee uitgangspunten: nieuwe diensten op basis van beschikbare data. Ze resulteren vaak in virtuoze interfaces met een hoog wow-effect. Deze zijn nodig om al zoekend te innoveren. Een prototype dat losgelaten wordt op een publiek kan aantonen wat de goede en minder goede ideeën zijn.

Kiezen voor zekerheid of experiment

De eerste twee uitgangspunten impliceren dat er gekozen wordt voor experiment: hoe en welke data kunnen verrijkt worden, welke nieuwe vormen van dienstverlening zijn mogelijk? Experiment is nodig om te vernieuwen. Maar er stelt zich een probleem als de eerste twee uitgangspunten toegepast worden in een situatie waar ze niet als experiment bedoeld zijn.

Als je voor zekerheid wil kiezen dan is het nodig om te bepalen voor welk publiek je bezig bent en waar dat publiek behoefte aan heeft. Met deze kennis kan vervolgens beslist worden welke data nodig zijn om producten of diensten te ontwikkelen of verbeteren. Dat onderzoek kan in de vorm van experimenten opgezet worden. Het is jammer genoeg vaak zo dat de behoeften niet onderzocht worden en dat een ‘experiment’ opgezet wordt als hét nieuwe product voor de komende jaren. De gevolgen daarvan: hoge investeringen voor diensten waar niemand écht behoefte aan heeft of weinig gebruiksvriendelijk uitgewerkte interfaces.

Kiezen voor lange of korte termijn

De keuze om meteen voor écht te ontwikkelen heeft dikwijls te maken met een kortetermijnstrategie waarbij geredeneerd wordt dat iets nieuw bouwen op basis van wat er al is minder kost dan iets te onderzoeken met als kans dat er vanaf nul opnieuw gestart moet worden. Met kortetermijnstrategie is er op zich niets fout als er een langetermijnstrategie tegenover staat waarin de experimenten passen.

Een strategie bepalen

Alvorens in te zetten op een veranderingstraject is het van belang om een overkoepelende strategie te bepalen waarin experiment, productontwikkeling, korte en lange termijndoelen een plaats naast elkaar krijgen. Dat hoeft geen document van 100 pagina’s te zijn. Het vastleggen de design-principes of uitgangspunten voor het ontwikkelen van producten die voor jouw organisatie van belang zijn, kan volstaan als referentiekader om beslissingen te nemen.

Waarom digitaal lezen niet altijd leuk is

Het is eigen aan een tijd van veel technologische verandering dat de technologie een gespreksonderwerp is. Een bewijs daarvan zijn de duizenden artikelen en meningen over tablets en e-readers. Goed dat hierover geschreven wordt, maar uiteindelijk is die technologie ondergeschikt aan de leeservaring. Wat we denken, doen en voelen bij het gebruik van een toestel is bepalend voor echte verandering.

Oliver Reichenstein beschrijft in een artikel van 14 leesminuten hoe digitale leeservaringen verbeterd kunnen worden. Enkele van zijn bevindingen worden hieronder geciteerd.

Een boek openen en lezen
Een verschil tussen analoog en digitaal lezen is de complexiteit die we moeten overbruggen om een tekst te “bereiken”. Op een leestoestel moet een boek geopend worden volgens de logica van een apparaat. Op het internet moet naar tekst genavigeerd worden volgens een logica van de website-maker. Als we een digitale tekst bereiken, voeren we meer synchrone handelingen uit dan bij het vasthouden van een boek en het omdraaien van papier. We lezen onder andere daardoor nog altijd sneller op papier dan digitaal.

If you are reading online, you descend multiple levels to reach the text. How much more complexity do you need once you reach the ultimate text layer? Why is it that once we reach the text, we hardly stay there for more than a couple of minutes?

Content-architectuur
De vormgeving en organisatie van content bepaalt of we ons graag, comfortabel en geconcentreerd door een tekst bewegen. Een boek zonder lege pagina voor het echte begin is als een huis zonder inkomhal. De cover van een boek kan even bepalend zijn als het uitzicht van een gebouw om het verschil te maken of je er wel of niet binnen wilt stappen. De samenvatting op de achterflap speelt een rol bij het kopen en lezen. De inhoudstafel is een houvast voor en tijdens het lezen zoals dat ook zo is met de bewegwijzering in grote ruimten. Ooit had ik het voorrecht om een roman-manuscript te lezen die in pakketjes verspreid over de tijd in mijn mailbox kwam. Ik heb de documenten niet afgedrukt maar digitaal gelezen. Het was niet het digitale lezen wat me in de war bracht maar het ontbreken van architectuur om het boek als een totaalervaring te beleven.

In books the transitions between the different levels or frames are clearly separated with empty pages. They act like airlocks. You know when you enter a new level, and when you leave it.
Just like a digital text, a printed text is embedded in different invisible frames through which you need to cross to get to the body text. There are various ways to embed text in a book, magazine or pamphlet.

Lezen is focussen
Lezen is een vorm van luisteren. Om goed te luisteren zijn ruimte en omgeving even belangrijk als de manier waarop iets verteld wordt. De vorm is naast de inhoud van belang om te kunnen focussen.

To be able to design a better reading experience at the most basic level, we have to understand how to bring digital reading into a form of continuity. And to get there we need to find out what makes and breaks continuity.

Zoals Oliver Reichenstein beschrijft is het niet zo dat het kopiëren van analoge leesmodellen de perfecte digitale leeservaring oplevert. De extra navigatiemogelijkheden die online mogelijk zijn, hoeven niet genegeerd te worden om een gefocuste leeservaring te designen.

De basis moet goed zitten
Veel digitale content mist een goede toepassing van de basis-elementen: leestypografie, bladspiegel en focus op tekst. Het is niet nodig om een blad papier na te bootsen. Het is zelfs niet nodig om het draaien van een blad papier na te bootsen. Er is wel meer aandacht nodig voor de opmaak en presentatie van tekst. Comfortabel lezen vraagt voldoende  ruimte tussen de letters en de tekstregels. Blanco ruimte naast de tekst is belangrijk. Niet elk lettertype leest even gemakkelijk. Verwijzingen naar 101 dingen die niet relevant zijn om de tekst zelf te begrijpen leiden af. Te kleine letters zijn vermoeiend om te lezen. Een slecht kleurcontrast tussen tekst en achtergrond doet lezers afhaken, … En niet te vergeten: grammaticaal gebruik van hoofdletters is van belang. (Ja, er zijn designers die hoofdletters niet mooi vinden, maar alleen kleine letters of alleen grote letters zijn vermoeiend om te lezen. Echt waar.)
Het is geen oplossing om alle opties instelbaar te maken en het leesdesign over te laten aan eindgebruikers. Wat er mooi uitziet is niet altijd hetzelfde als wat ergonomisch interessant is.

Good typography does not look nice to please type nerds. Primarily, well set type reads well. It captivates, leads along, and doesn’t let you escape: it creates continuity.”
“In a well crafted book every single letter has its correct position in the whole of the text body to guarantee maximum readability and — through this — continuity of the reading experience

Readability to the rescue
Het is vreemd om te zien hoeveel er geïnvesteerd wordt in online content en hoe weinig deze inhoud op een volwaardige manier gepresenteerd wordt. Waarom teksten produceren om ze te publiceren op pagina’s waar de tekst met moeite vindbaar is? Waarom wordt een webpagina ingedeeld in 10 of meer publicatiezones? (Ja, bekijk maar sommige blogtemplates. En inderdaad, ook deze tekst kan beter gepresenteerd worden.)

Ik gebruik vaak Readability om een online tekst beter te kunnen lezen. Met de “Read Now” optie van de Readability-browser plugin wordt de tekst van een webpagina op een leesbare manier getoond.Het is een oplossing. Maar het is een extra stap die ik liever niet nodig zou hebben.

 

Moeder, waarom zoeken wij?

Zoeken is mijn passie en beroep. Het boeit mij om na te denken over de snelste manier om dingen te vinden. Of, hoe je tijdens een zoektocht interessante dingen kunt tegenkomen die je niet zocht. Bibliotheken waren voor mij lange tijd de speelplaats om me al zoekend-naar-antwoorden of nieuwe dingen uit te leven. Op de bibliotheekschool heb ik geleerd hoe erg er nagedacht is over ordeningssystemen om het zoeken in grote collecties te vereenvoudigen. Tijdens mijn werk voor de bibliotheeksector heb ik mee nagedacht over die systemen en ze vertaald naar zoekoplossingen voor het internet. Als informatie architect in een webbedrijf heb ik mijn speelveld verruimd naar alle sectoren die gegevens met een specifiek doel publiceren op het internet.

Wat me vandaag het meeste boeit, is het achterhalen van zoekintenties. Waarom surft iemand op het internet? Wat willen mensen doen of zoeken op een specifieke website? Hoe kan je daarop inspelen? Kan je iemand zijn intentie veranderen? Evolueert ons zoekgedrag door trends, of zijn trends het gevolg van een evoluerend gedrag? In een sector waar verandering de enige constante is, kan je leren uit het zoeken naar de constantes die schuil gaan achter die veranderingen. Alles wat we doen, doen we met een bepaalde intentie. Dat is ook zo op het internet. Enkele constantes in ons gedrag op het internet zijn:

  • Known item searches: ik weet exact wat ik zoek
    Bv. ik wil via Amazon.com de gedrukte versie van de biografie van Steve Jobs in het Engels bestellen
    ik wil via de website van de NMBS zoeken wanneer de eerstvolgende trein van Gent naar Brussel vertrekt, …
  • Semi known item searches: ik weet ongeveer wat ik zoek
    Bv. ik zoek informatie over musea in Berlijn, ik wil mijn citytrip naar Berlijn online boeken, …
  • Discovery ik ben op zoek naar inspiratie
    Bv. ik wil mijn keuken herinrichten en zoek online naar inspiratie
  • Experiences: ik ben op zoek naar afleiding, sociale interactie, ontspanning, competitie, vrienden, …

Het is interessant om te beseffen dat je met slim georganiseerde websites een intentie kunt wijzigen. Amazon is daar het schoolvoorbeeld van: ook al weet je exact wat je wilt kopen, de kans is groot dat je (nog 2 of meer) andere dingen koopt omdat er ingespeeld wordt op de interesses die je blootgeeft met je zoekhistoriek en aankoopbeslissingen. Bij het zoeken naar inspiratie om je meubels te verplaatsen, bestaat de kans dat je beslist om een volledig nieuwe keuken te kopen. Het kan nog drastischer: tijdens het boeken van een citytrip naar Berlijn kan je afgeleid worden door een vacature in de reissector en online solliciteren in plaats van een reis boeken. Misschien was je echte intentie in dit geval het zoeken naar verandering in je leven.
Sociale media spelen in op de non-search experiences. Het zijn plaatsen waar je naartoe gaat als ontspanning, op zoek naar sociale interactie, … Het zijn ook de plaatsen bij uitstek die onze gedragsintentie beïnvloeden. Wat begint als het zoeken naar afleiding kan overgaan in het online kopen van een boek waarover iemand iets zegt op Facebook, het lezen van een artikel dat aanbevolen wordt door iemand uit je professionele netwerk, …

Een goed opgebouwde informatie architectuur houdt bewust rekening met menselijke intenties. Wat je vandaag ziet is nog te dikwijls gebaseerd op het kunnen of niet kunnen van de onderliggende technische structuur en/of de makers. Evengoed zijn het ook organisaties of bedrijven die niet duidelijk weten of kunnen kiezen op welke intentie(s) ze het meest willen inspelen en zich daardoor laten leiden door de mogelijkheden van bestaande systemen. Als resultaat hiervan krijg je producten waarvan het doel niet duidelijk is. Er wordt op alle intenties een beetje ingespeeld, en op elk scherm kan alles.
Mijn pleidooi is om meer te durven spreken over de menselijke aspecten. Nu de techniek nog zo weinig grenzen heeft.

Werelddag Informatie Architectuur 2012 in Gent

Het nadeel van zelf iets te organiseren, is dat je geen tijd hebt om er op tijd over te bloggen. Bij deze nog een laat schrijfsel over de Informatie Architectuurdag op 11 februari 2012 in Gent om te zeggen dat wie er niet bij was iets gemist heeft.

Eerst was er het idee om mensen samen te brengen die bezig zijn met informatie architectuur. Daarna bleek dat die behoefte er wereldwijd is en dat er zelfs een speciale dag voor bedacht is: the World IA Day.

Een website, enkele sponsors en tweets later hadden we een evenement met 75 inschrijvingen en 25 sprekers. Jammer voor de 20 laatsten, want die kwamen door het onverwachte succes en het daarbij horende plaatsgebrek op de reservelijst.

Die zaterdag op de Voorhavenlaan was -al zeg ik het zelf- een topdag. Wat ik eruit geleerd heb is dat zo’n dag opzetten veel tijd kost, maar dat het die tijd absoluut waard is. Vele mensen zijn in evenveel verschillende omgevingen met gelijkaardige dingen bezig en hebben de behoefte om daar met elkaar over te praten. Dat merk je op sociale media en die online gesprekken geven goesting om je virtuele collega’s ook in het écht te ontmoeten. En dat er maar een paar tweets nodig zijn om zoveel mensen op een zaterdag samen te brengen om over hun werk te praten is fantastisch toch?!

De sfeer

Met dank aan LBi

De inhoud

Enkele presentaties

Meer presentaties

Wat anderen schreven

Thomas Troch, Koen Verbrugge, Sven Demeyere, Ilse Jansoone, Gino Lardon

Dankuwel!

Bedankt aan alle sprekers, het keuken- en barpersoneel, de sponsors, cameramannen, fotografen, mijn collega’s geluidsmannen, netwerkbeheerders, moderators, portiers, en de geïnteresseerde, kritische, zeer kritische en minder kritische luisteraars.

ShelfLife, een voorbeeld van innovatie

Bibliotheken en Open Data, het ligt voor de hand dat dit samengaat toch?  Een voorbeeld dichtbij is de bibliotheekcatalogus van UGent waar download & api als een mogelijk gebruik vernoemd is op de website. Naast de standaardfunctionaliteit om te zoeken kan je de data dus ook los van de UGent interface benaderen en er zelf een toepassing op bouwen. De open data, of de voorwaarde om te innoveren, is er dus.  De innovatie zelf is meestal geen automatisch gevolg van het openstellen van datasets. ShelfLife, is daarom een interessant voorbeeld.  Het is een vernieuwende front end toepassing op de open dataset van LibraryCloud.

Shelflife is a community-based wayfinding tool for navigating the vast resources of the combined Harvard Library System. It enables researchers, teachers, scholars, and students to find what they need and help others learn from them and their paths.

ShelfLife is niet alleen interessant omdat het een relatief uniek voorbeeld is, het is ook interessant omdat één van de projectbezielers David Weinberger is die zijn ideeën uit Everything is Miscellanous verwerkt in een interface om boekencollecties te visualiseren.  In ShelfLife wordt geëxperimenteerd met het verband tussen ordening in fysieke en digitale omgevingen. Er wordt vertrokken vanuit de metafoor van een boekenrek.

Zoeken zonder nekpijn
ShelfLife is een digitale toepassing. Er zijn bijgevolg geen grenzen met betrekking tot ruimte of ordening. Daarom liggen de boeken in dit rek neer. Dat is de eenvoudigste manier om de rugtitel op een boek te lezen.  Boeken zo stapelen in een bibliotheek zou problematisch zijn omwille van plaats, de zwaartekracht en het uitlenen van het onderste boek uit de stapel. De beperkingen van een fysieke ruimte bezorgen ons keer op keer nekpijn na een lang bezoek aan een bibliotheek of boekhandel.

Old & new, of bekend en onbekend
Het vasthouden aan de old-fashioned presentatie van een boekenrek wordt door David Weinberger verdedigd vanuit het creëren van context. Een publicatie of werk ontleent zijn betekenis niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de relatie met andere werken. Deze relaties zijn in het digitale oneindig. Elk kenmerk van een object is een potentieel ordeningscriterium. Dat weten we al langer, maar de moeilijkheid is om deze oneindigheid aan mogelijkheden om te zetten in een intuïtief bruikbare interface. Het creëren van een herkenbare ervaring is de tweede reden om te vertrekken vanuit het boekenrek als “familiar metaphor”.

Ordening is meer dan volgorde
In ShelfLife worden heat maps gebruikt om de populariteit van een werk weer te geven. De diepte van het kleur blauw varieert naargelang de mate van populariteit. Deze variabele wordt berekend op basis van de vele metadata die beschikbaar zijn via LibraryCloud: aantal uitleningen van een werk, aantal bibliotheken met het werk in de collectie, aantal kopieën van het werk per bibliotheek, aantal user ratings of tags, aantal keer toegevoegd aan een leeslijstje, … De aantallen worden opgeteld als de ShelfRank*.  De ShelfRank is samen met andere kenmerken bepalend voor de StackView. Er worden dus ordenings- of betekenislagen toegevoegd aan de volgorde.

Stack View from Harvard Library Innovation Lab on Vimeo.

Context is king

Weinberger sees value in collecting as much information as possible about the usage of works, because that adds to the contextual richness

Met ShelfLife is het mogelijk om een persoonlijke context te creëren.  Door het transparant maken van de ShelfRank kan je bijvoorbeeld kiezen voor een rangschikking op basis van kenmerken van bibliotheekmedewerkers, lezers, Wikipedia, …
De interface nodigt je uit om zoekacties te bewaren zodat het zoekpad naar een titel helpt bij het creëren van nieuwe contexten. Uiteraard word je via ShelfLife ook uitgenodigd om zelf de titels te taggen. Deze tags vormen een bijkomende context voor jezelf of voor anderen.

Mijn bibliotheek
Je eigen tags worden in een andere kleur weergegeven. Deze kleine ingreep maakt dat je persoonlijke bibliotheek meer zichtbaar wordt in dit grote geheel. Het maken van lijstjes is met de Collection Manager ontwikkeld als een ervaring die het fysiek ordenen simuleert: boeken kunnen versleept of verplaatst worden binnen je persoonlijke collecties.
Zoekresultaten in ShelfLife kunnen gefilterd worden op de collectie van je eigen lokale bibliotheek (als die meewerkt aan het LibraryCloud project). Elke filtering kan gewidgetized worden. Dit betekent dat bibliotheken een ShelfLife-view op de lokale collectie kunnen embedden op de eigen website.  Of, wil je als eindgebruiker een persoonlijke cluster van bibliotheken waarvan je lid bent als standaard zoekomgeving? Dat kan ook.

The sky is the limit, but less is more
Het idee is dat elke ordening en context die je kunt bedenken mogelijk moet zijn met ShelfLife. Stel dat er in de fysieke bibliotheek een rek is waarop alle publicaties staan die gebruikt worden in lessen aan de universiteit. Het is een interessante maar onpraktische ordening in een bibliotheek omdat het boek dan op een andere plaats niet meer kan gevonden worden. Dit soort beperkingen zijn er niet in het digitale.  In het digitale kan alles. Maar! Hoe presenteer je dit allemaal? Less is more als het gaat over usability. Het moet intuïtief blijven, en onze intuïtie is (groten?)deels gebaseerd op hoe we handelen in een fysieke omgeving.

Information Architecture is king
Hier wou ik dus toe komen 😉 De databerg is realiteit geworden. We pleiten voor open data. Er zijn protocollen, standaarden en concepten: linked data, het semantic web, … Maar er is een missing link: de link tussen data en personen.  Hoe kunnen we komen tot zinvolle en bruikbare interfaces die verder gaan dan het tonen dat iets werkt? De killer application is er nog niet. Ook niet met ShelfLife. Het is wel een interessant voorbeeld omwille van het experiment en de ideeën over ordening.

Van data- naar mensenstromen
De ideeën van ShelfLife kunnen naar elke sector getransponeerd worden. Stel dat alle data van onze openbare vervoersmaatschappijen open zouden zijn. Alle! Ook data die in ticket- en abonnementsystemen zit en mogelijk door de organisaties zelf nog niet volledig ontgonnen is. Met deze data zouden we toepassingen kunnen bedenken die ons suggereren welke trein we moeten nemen als we een uur zonder medepassagiers willen reizen. Die minder druk bezette treinen zouden wel eens drukker bezet kunnen worden. Of, hoe het visualiseren van datastromen ook mensenstromen kan beïnvloeden. Is dat niet boeiend?

* voor insiders: ShelfRank = (RoseRank -uitleendata <-toen nog niet beschikbaar)

The power of digital disorder

Binnenkort komt het nieuwe boek+blog Too Big To know van David Weinberger uit. Hoog tijd dus om samen te vatten waarom zijn vorige boek+blog Everything Is Miscellaneous een aanrader is voor iedereen die met organiseren van gegevens te maken heeft. Iedereen dus.
David Weinberger beschrijft hoe we doorheen de tijd gegevens of objecten op andere manieren zijn beginnen organiseren.  De veelheid aan content en objecten + de digitalisering en het internet hebben een belangrijke rol in deze evolutie.

De verschillende manieren waarop we dingen organiseren worden in het boek opgedeeld als:

  1. The first order of order – 1 ding op 1 plaats
    Dit is hoe we ons organiseren in de fysieke wereld, hoe we bijvoorbeeld onze kledij ordenen in de kast, het bestek in een lade, boeken in een boekenkast, …
    De first order of order is de fysieke ordening bij ons thuis, in een bibliotheek, in een winkel, …
  2. The second order of order – 1 ding op enkele plaatsen
    Dit is hoe we in de fysieke wereld de first order of order proberen te overstijgen door systemen te ontwikkelen die objecten op verschillende manieren terugvindbaar maken. Bij deze systemen wordt de ordening gescheiden van de fysieke objecten. Het meeste typische voorbeeld van de second order of order is de steekkaartencatalogus, of een fichebak.
    Bibliotheken maken hun collectie toegankelijk via papieren of digitale steekkaarten door verschillende ‘zoektoegangen’ te voorzien in de vorm van metadata: een titel, auteur, onderwerpen, …  Dit zijn afgesproken indelingen die zo consequent mogelijk toegepast worden.
  3. The third order of order – 1 ding op oneindig veel plaatsen
    Dit is hoe we digitale objecten kunnen organiseren.  Een digitale foto kan via oneindig veel tags of trefwoorden terugvindbaar gemaakt worden.  Een tekst of boek kan op elk woord doorzoekbaar gemaakt worden, … Er is geen vooraf bepaalde indeling afgesproken, de mogelijkheden van het digitale worden maximaal benut.

Ondanks de vele mogelijkheden van het digitale is onze geest nog grotendeels afgesteld op hoe we de fysieke wereld ordenen.  We maken mapjes op onze computer waarin we 1 foto, 1 tekst, … op een vaste plaats willen opbergen.  Maar onze digitale omgeving is niet langer de schijf van de eigen computer alleen.  Ons informatie universum is oneindig groot geworden.  Naast onze eigen computer is er de ondoorzichtige oneindig grote wanordelijke informatiewolk: het internet. In deze wanorde schuilt, zo zegt de auteur, net de grote kracht.

Ondanks al onze inspanningen om te ordenen blijft er altijd en overal een restrubriek. Dat zijn de moeilijk op te ruimen spullen, de documenten die overal en nergens thuishoren, een lade met keukengerei allerhande, een varia-rubriek in de bibliotheek, …  De ‘Miscellaneous’ in het verhaal van Weinberger staat voor alles wat zich moeilijk laat indelen. Zijn stelling is dat alles in de digitale wereld van het internet miscellaneous geworden is. Meer nog, door het maken van vooraf bepaalde indeel-keuzes sluiten we mogelijk relevante informatie uit.

De kracht van de wanorde schuilt in de mogelijkheden van onder andere het sociale web waar iedereen met eigen gekozen terminologie op vele verschillende manieren dezelfde of gelijkaardige objecten kan benoemen op sites als Flickr, YouTube, …. Deze digitale wanorde overstijgt de beperkt dimensionale voorindelingen en creëert de mogelijkheid om een eigen persoonlijke indelingen of filtering achteraf te maken.  Het feit dat daarbij verschillende terminologie gebruikt wordt voor gelijksoortige objecten is volgens Weinberger geen probleem, maar een verrijking van het internet.  Zijn nieuwe boek Too Big To know zal ingaan op de gevolgen van dit alles op de manier waarop we vandaag omgaan met kennis en informatie.

Everything Is Miscellaneous is geschreven in 2007, maar het onderwerp is nog altijd actueel. Het boek geeft een kader aan hoe we denken over ordening, en hoe we daar kunnen op inspelen om online en offline diensten te designen.  In het boek worden problemen geschetst waar we allemaal elke dag mee worstelen op onze eigen computer, op websites, in de winkel, in onze kast, …

To sort or not to sort

Net zoals de architect van een gebouw een evenwicht probeert te vinden tussen inhoud, vorm en functie, zo worstelt elke informatie architect, bibliothecaris of informatiewerker met het vraagstuk over de beste manier om informatie of een collectie in te delen.  Elke ordening zorgt voor nieuwe chaos, elke classificatie zorgt voor niet te klasseren uitzonderingen, indelen zorgt voor vindbaarheid en onvindbaarheid.

Zeker in publieke gebouwen van organisaties met brede doelstellingen en een divers publiek (lees openbare bibliotheken) is het moeilijk of onmogelijk om een systeem te ontwerpen dat iedereen goed bedient.  Meer nog, niet elk fysiek boek laat zich in de fysieke wereld gemakkelijk op 1 plaats indelen. Stel dat auteurs bij het schrijven rekening zouden houden met de plaats van een boek in de winkel of in de bibliotheek. Dat zou wel eens een interessante wanorde kunnen worden!