Posts tagged "Service Design"

ShelfLife, een voorbeeld van innovatie

Bibliotheken en Open Data, het ligt voor de hand dat dit samengaat toch?  Een voorbeeld dichtbij is de bibliotheekcatalogus van UGent waar download & api als een mogelijk gebruik vernoemd is op de website. Naast de standaardfunctionaliteit om te zoeken kan je de data dus ook los van de UGent interface benaderen en er zelf een toepassing op bouwen. De open data, of de voorwaarde om te innoveren, is er dus.  De innovatie zelf is meestal geen automatisch gevolg van het openstellen van datasets. ShelfLife, is daarom een interessant voorbeeld.  Het is een vernieuwende front end toepassing op de open dataset van LibraryCloud.

Shelflife is a community-based wayfinding tool for navigating the vast resources of the combined Harvard Library System. It enables researchers, teachers, scholars, and students to find what they need and help others learn from them and their paths.

ShelfLife is niet alleen interessant omdat het een relatief uniek voorbeeld is, het is ook interessant omdat één van de projectbezielers David Weinberger is die zijn ideeën uit Everything is Miscellanous verwerkt in een interface om boekencollecties te visualiseren.  In ShelfLife wordt geëxperimenteerd met het verband tussen ordening in fysieke en digitale omgevingen. Er wordt vertrokken vanuit de metafoor van een boekenrek.

Zoeken zonder nekpijn
ShelfLife is een digitale toepassing. Er zijn bijgevolg geen grenzen met betrekking tot ruimte of ordening. Daarom liggen de boeken in dit rek neer. Dat is de eenvoudigste manier om de rugtitel op een boek te lezen.  Boeken zo stapelen in een bibliotheek zou problematisch zijn omwille van plaats, de zwaartekracht en het uitlenen van het onderste boek uit de stapel. De beperkingen van een fysieke ruimte bezorgen ons keer op keer nekpijn na een lang bezoek aan een bibliotheek of boekhandel.

Old & new, of bekend en onbekend
Het vasthouden aan de old-fashioned presentatie van een boekenrek wordt door David Weinberger verdedigd vanuit het creëren van context. Een publicatie of werk ontleent zijn betekenis niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de relatie met andere werken. Deze relaties zijn in het digitale oneindig. Elk kenmerk van een object is een potentieel ordeningscriterium. Dat weten we al langer, maar de moeilijkheid is om deze oneindigheid aan mogelijkheden om te zetten in een intuïtief bruikbare interface. Het creëren van een herkenbare ervaring is de tweede reden om te vertrekken vanuit het boekenrek als “familiar metaphor”.

Ordening is meer dan volgorde
In ShelfLife worden heat maps gebruikt om de populariteit van een werk weer te geven. De diepte van het kleur blauw varieert naargelang de mate van populariteit. Deze variabele wordt berekend op basis van de vele metadata die beschikbaar zijn via LibraryCloud: aantal uitleningen van een werk, aantal bibliotheken met het werk in de collectie, aantal kopieën van het werk per bibliotheek, aantal user ratings of tags, aantal keer toegevoegd aan een leeslijstje, … De aantallen worden opgeteld als de ShelfRank*.  De ShelfRank is samen met andere kenmerken bepalend voor de StackView. Er worden dus ordenings- of betekenislagen toegevoegd aan de volgorde.

Stack View from Harvard Library Innovation Lab on Vimeo.

Context is king

Weinberger sees value in collecting as much information as possible about the usage of works, because that adds to the contextual richness

Met ShelfLife is het mogelijk om een persoonlijke context te creëren.  Door het transparant maken van de ShelfRank kan je bijvoorbeeld kiezen voor een rangschikking op basis van kenmerken van bibliotheekmedewerkers, lezers, Wikipedia, …
De interface nodigt je uit om zoekacties te bewaren zodat het zoekpad naar een titel helpt bij het creëren van nieuwe contexten. Uiteraard word je via ShelfLife ook uitgenodigd om zelf de titels te taggen. Deze tags vormen een bijkomende context voor jezelf of voor anderen.

Mijn bibliotheek
Je eigen tags worden in een andere kleur weergegeven. Deze kleine ingreep maakt dat je persoonlijke bibliotheek meer zichtbaar wordt in dit grote geheel. Het maken van lijstjes is met de Collection Manager ontwikkeld als een ervaring die het fysiek ordenen simuleert: boeken kunnen versleept of verplaatst worden binnen je persoonlijke collecties.
Zoekresultaten in ShelfLife kunnen gefilterd worden op de collectie van je eigen lokale bibliotheek (als die meewerkt aan het LibraryCloud project). Elke filtering kan gewidgetized worden. Dit betekent dat bibliotheken een ShelfLife-view op de lokale collectie kunnen embedden op de eigen website.  Of, wil je als eindgebruiker een persoonlijke cluster van bibliotheken waarvan je lid bent als standaard zoekomgeving? Dat kan ook.

The sky is the limit, but less is more
Het idee is dat elke ordening en context die je kunt bedenken mogelijk moet zijn met ShelfLife. Stel dat er in de fysieke bibliotheek een rek is waarop alle publicaties staan die gebruikt worden in lessen aan de universiteit. Het is een interessante maar onpraktische ordening in een bibliotheek omdat het boek dan op een andere plaats niet meer kan gevonden worden. Dit soort beperkingen zijn er niet in het digitale.  In het digitale kan alles. Maar! Hoe presenteer je dit allemaal? Less is more als het gaat over usability. Het moet intuïtief blijven, en onze intuïtie is (groten?)deels gebaseerd op hoe we handelen in een fysieke omgeving.

Information Architecture is king
Hier wou ik dus toe komen 😉 De databerg is realiteit geworden. We pleiten voor open data. Er zijn protocollen, standaarden en concepten: linked data, het semantic web, … Maar er is een missing link: de link tussen data en personen.  Hoe kunnen we komen tot zinvolle en bruikbare interfaces die verder gaan dan het tonen dat iets werkt? De killer application is er nog niet. Ook niet met ShelfLife. Het is wel een interessant voorbeeld omwille van het experiment en de ideeën over ordening.

Van data- naar mensenstromen
De ideeën van ShelfLife kunnen naar elke sector getransponeerd worden. Stel dat alle data van onze openbare vervoersmaatschappijen open zouden zijn. Alle! Ook data die in ticket- en abonnementsystemen zit en mogelijk door de organisaties zelf nog niet volledig ontgonnen is. Met deze data zouden we toepassingen kunnen bedenken die ons suggereren welke trein we moeten nemen als we een uur zonder medepassagiers willen reizen. Die minder druk bezette treinen zouden wel eens drukker bezet kunnen worden. Of, hoe het visualiseren van datastromen ook mensenstromen kan beïnvloeden. Is dat niet boeiend?

* voor insiders: ShelfRank = (RoseRank -uitleendata <-toen nog niet beschikbaar)

The power of digital disorder

Binnenkort komt het nieuwe boek+blog Too Big To know van David Weinberger uit. Hoog tijd dus om samen te vatten waarom zijn vorige boek+blog Everything Is Miscellaneous een aanrader is voor iedereen die met organiseren van gegevens te maken heeft. Iedereen dus.
David Weinberger beschrijft hoe we doorheen de tijd gegevens of objecten op andere manieren zijn beginnen organiseren.  De veelheid aan content en objecten + de digitalisering en het internet hebben een belangrijke rol in deze evolutie.

De verschillende manieren waarop we dingen organiseren worden in het boek opgedeeld als:

  1. The first order of order – 1 ding op 1 plaats
    Dit is hoe we ons organiseren in de fysieke wereld, hoe we bijvoorbeeld onze kledij ordenen in de kast, het bestek in een lade, boeken in een boekenkast, …
    De first order of order is de fysieke ordening bij ons thuis, in een bibliotheek, in een winkel, …
  2. The second order of order – 1 ding op enkele plaatsen
    Dit is hoe we in de fysieke wereld de first order of order proberen te overstijgen door systemen te ontwikkelen die objecten op verschillende manieren terugvindbaar maken. Bij deze systemen wordt de ordening gescheiden van de fysieke objecten. Het meeste typische voorbeeld van de second order of order is de steekkaartencatalogus, of een fichebak.
    Bibliotheken maken hun collectie toegankelijk via papieren of digitale steekkaarten door verschillende ‘zoektoegangen’ te voorzien in de vorm van metadata: een titel, auteur, onderwerpen, …  Dit zijn afgesproken indelingen die zo consequent mogelijk toegepast worden.
  3. The third order of order – 1 ding op oneindig veel plaatsen
    Dit is hoe we digitale objecten kunnen organiseren.  Een digitale foto kan via oneindig veel tags of trefwoorden terugvindbaar gemaakt worden.  Een tekst of boek kan op elk woord doorzoekbaar gemaakt worden, … Er is geen vooraf bepaalde indeling afgesproken, de mogelijkheden van het digitale worden maximaal benut.

Ondanks de vele mogelijkheden van het digitale is onze geest nog grotendeels afgesteld op hoe we de fysieke wereld ordenen.  We maken mapjes op onze computer waarin we 1 foto, 1 tekst, … op een vaste plaats willen opbergen.  Maar onze digitale omgeving is niet langer de schijf van de eigen computer alleen.  Ons informatie universum is oneindig groot geworden.  Naast onze eigen computer is er de ondoorzichtige oneindig grote wanordelijke informatiewolk: het internet. In deze wanorde schuilt, zo zegt de auteur, net de grote kracht.

Ondanks al onze inspanningen om te ordenen blijft er altijd en overal een restrubriek. Dat zijn de moeilijk op te ruimen spullen, de documenten die overal en nergens thuishoren, een lade met keukengerei allerhande, een varia-rubriek in de bibliotheek, …  De ‘Miscellaneous’ in het verhaal van Weinberger staat voor alles wat zich moeilijk laat indelen. Zijn stelling is dat alles in de digitale wereld van het internet miscellaneous geworden is. Meer nog, door het maken van vooraf bepaalde indeel-keuzes sluiten we mogelijk relevante informatie uit.

De kracht van de wanorde schuilt in de mogelijkheden van onder andere het sociale web waar iedereen met eigen gekozen terminologie op vele verschillende manieren dezelfde of gelijkaardige objecten kan benoemen op sites als Flickr, YouTube, …. Deze digitale wanorde overstijgt de beperkt dimensionale voorindelingen en creëert de mogelijkheid om een eigen persoonlijke indelingen of filtering achteraf te maken.  Het feit dat daarbij verschillende terminologie gebruikt wordt voor gelijksoortige objecten is volgens Weinberger geen probleem, maar een verrijking van het internet.  Zijn nieuwe boek Too Big To know zal ingaan op de gevolgen van dit alles op de manier waarop we vandaag omgaan met kennis en informatie.

Everything Is Miscellaneous is geschreven in 2007, maar het onderwerp is nog altijd actueel. Het boek geeft een kader aan hoe we denken over ordening, en hoe we daar kunnen op inspelen om online en offline diensten te designen.  In het boek worden problemen geschetst waar we allemaal elke dag mee worstelen op onze eigen computer, op websites, in de winkel, in onze kast, …